De Affenpinscher
Herkomst: Zeer oud Duits ras. Klein, compact en levendig hondje. Werd tot 1896 ingedeeld bij de ruwharige dwergpinschers. Verwant aan de Belgische Griffons. Werd reeds in de vijftiende en begin zestiende eeuw door de kunstenaars Jan van Eyck en Albrecht Dürer geportretteerd.
Algemeen voorkomen
Klein ruwharig pinscherras, dat zich kenmerkt door een aapachtig hoofd en vrijpostige gezichtsuitdrukking. Schofthoogte reuen en teven 25 tot 30 cm. Gewicht ongeveer 5 - 8 kg. Vacht Op het lichaam hard en dicht, ruwharig op het hoofd met ruige borstelige wenkbrauwen, veel ruig haar rondom de ogen en op de wangen, en een kin met een imponerende baard. Aan de hoofdbeharing ontleent het ras de naam. Zuiver zwart. Zwart met bruine of grijze aftekeningen toegestaan. Gebruik Goede waakhond en gezellige huishond, die zich sterk aan eigen mensen hecht.
Gezondheid
Geen ernstige rasspecifieke problemen bekend; incidenteel komt wel patella luxatie voor.
Aard
Beminnelijke mengeling van onverschrokkenheid, koppigheid, braafheid en aanhankelijkheid.
Bijzonderheden
Naast regelmatige kam- en borstelbeurten wordt de vacht gewoonlijk tweemaal per jaar geplukt.