De Akita
Herkomst
Uit Japan afkomstige veelzijdige hond, die eind negentiende, begin twintigste eeuw, onder meer om zijn gebruiksmogeljkheden te vergroten, vaak is gekruist met andere rassen. Daarbij evolueerde hij van middenslag tot grote hond. Na de Tweede Wereldoorlog is het ras opnieuw opgebouwd. Het flinke formaat bleef behouden, voor het type ging men terug op de vanaf 1600 in Akita voorkomende ´Akita Matagis', die daar in gebruik was als jachthond.
Algemeen voorkomen
Groot, robuust gebouwd, met veel substantie. Straalt adel en waardigheid uit. Schofthoogte Reuen 67 cm, teven 61 cm, met een variatie van 3 cm naar boven of beneden. Gewicht 30-35 kg Vacht Kortharig, met harde dekharen en zachte onderwol, in rood, sesam (rood haar met zwarte punt), gestroomd en wit. Alle behalve de witte moeten het ´urajiro´-patroon tonen: een witachtige vacht langs de voorsnuit, wangen, onderkant kaak, hals, borst, buik, staart en binnenkant van de poten.
Gebruik
In Japan gebruikt als onder andere jachthond en trekhond (ook voor de slee). Die functies heeft het ras in Nederland verloren: hier word de Akita puur gehouden als gezelschap.
Gezondheid
Geen ernstige gezondheidsproblemen in het ras bekend. Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie en erfelijke oogafwijkingen.
Aard
Bedaard, waardig, laat echter niet met zich spotten. Volgzaam en ontvankelijk, niet slaafs. Waaks en afstandelijk tegen vreemden.
Bijzonderheden
Zeer gemakkelijk in het onderhoud: borstelen vooral nodig tijdens het verharen (twee maal per jaar), dan komt er veel los haar vrij