Herkomst
Toen bleek dat geïmporteerde herdershondenrassen niet voldeden bij het naar de markt drijven van vee, besloten Australische boeren zelf een hond te ontwikkelen.
Aan de wieg van de Australian Cattledog hebben gestaan: Bull Terriër, Dalmatische Hond, Kelpie, Red Deer Dingo en de blue merle Collie.
Het resultaat is een echte werkhond waarover de Australiërs zeggen: "hij eet alles wat hem niet eerst opeet".
Algemeen voorkomen
Een stoere, gedrongen werkhond, symmetrisch gebouwd met krachtige, goed gespierde voor- en achterhand.
Schofthoogte reuen 45,7 - 50,8 cm; teven 43,1 - 48,2 cm
Gewicht 16 - 20,5 kg
Vacht De ondervacht is kort en dicht.
De bovenvacht is tamelijk kort, recht en weerbestendig.
Kleur: blauw gespikkeld, al dan niet met roestbruin, met zwarte of blauwe aftekeningen of rood gespikkeld al dan niet met donkerrode aftekeningen.
Gebruik Herdershond, een kundig drijver ('heeler') van vee, paarden, geiten en vogels.
Gezondheid Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie en de aanwezigheid van erfelijke oogafwijkingen.
Aard Onbevreesd, moedig, vastberaden, steeds alert, zeer schrander, blaft weinig, enorme plichtsbetrachting, trouw, instinctieve neiging tot bescherming van zijn baas en diens eigendommen, wantrouwend tegenover vreemden.
Iets wild door het ingekruiste Dingobloed.
Bijzonderheden Af en toe borstelen.