Herkomst
Oude Franse jachthond voor waterwild.
Zeer oud ras waaruit, naar men vermoedt, de Poedel is ontstaan. Waarschijnlijk verwant aan de oude Engelse Waterhond.
Komt in Nederland niet of nauwelijks voor.
Ook wel Franse Waterhond genoemd.
Algemeen voorkomen
Een middelmatig grote, gedrongen, stoere werker, zonder een zweem van sierlijkheid.
Brede schedel, korte brede snuit.
Zware snor en baard.
Brede borst en zware botten.
Opvallend dikke huid.
Schofthoogte reuen 58 cm, teven 53 cm
Gewicht 20-25 kg
Vacht Lang, wollig en gekruld haar dat hem beschermt tegen vocht en kou en het hele lichaam bedekt.
Kleuren grijs, zwart, vuilwit, wit en kastanje, wit en zwart.
Op de kin een baard, waar het ras zijn naam aan dankt.
Gebruik Met zijn goede neus en passie voor waterwerk is het een uitmuntende hond voor de jacht op waterwild.
Hij apporteert niet alleen, maar zoekt ook het wild in de dekking langs de waterkant en stoot het op, zodat de jager het kan schieten.
Hij gaat graag te water en is weersbestendig.
Gezondheid Er zijn geen rasgebonden gezondheidsproblemen bekend.
Aard Een rustige hond, niet agressief of nerveus, die zich goed laat leiden.
Hij is aanhankelijk en is vriendelijk tegen mensen, kinderen en andere honden.
Mits hij voldoende beweging in de vrije natuur krijgt, is het een rustige hond in huis.
Bijzonderheden De vacht van de Barbet wordt al sinds mensenheugenis geknipt om hem bij het werk niet tot last te zijn.
Het model kan variëren al naar gelang het gebruik.