Alles over honden: rassen, opvoeding en gezondheid Onafhankelijk · Een site van Petmedia

Herkomst
Vroeger een werkhondenras in Northumberland (Engeland).
Door inkruising met windhonden in uiterlijk wijkend van de andere Terriërrassen.
Het temperament is typisch dat van de Terriërs.

Algemeen voorkomen
Lenige, gespierde hond met een peer- of wigvormig hoofd.
Gebouwd op snelheid.
Het lichaam heeft een karperrug en is redelijk lang met gebogen lendenen.
Gracieuze verschijning met racy belijning.

Schofthoogte ongeveer 40,5 cm, reuen mogen iets groter zijn, teven iets kleiner.
Gewicht ongeveer 8 tot 10 kg

Vacht Het haar is dik en wollig en van de huid af staand.
Niet draadharig.
Vooral op de schedel en de snuit - maar verder over het hele lichaam - neiging tot krullen. Kleuren: overwegend blauw of leverkleurig.
Soms komen blauw en tan of zandkleurig voor.

Gebruik Oorspronkelijk voornamelijk gebruikt voor het verdelgen van voor de mens schadelijk geachte dieren, zoals bijvoorbeeld ratten.
Ook gebruikt voor de jacht op dassen en otter.
Nu een aanhankelijke en innemende huishond.

Bedlingtonterrier
Foto: Eigen archief



Gezondheid Jaren terug werd het ras bedreigd door een erfelijke stofwisselingsziekte (koperstapelingsziekte).

Aard Levendig en moedig.
Voor vreemden meestal wat terughoudend.

Bijzonderheden
Bedlington Terriërs verharen niet.
De vacht moet regelmatig met kam en borstel worden behandeld.
Een aantal keren per jaar moet de vacht met schaar en tondeuse worden bijgewerkt.