Herkomst
Onder zijn uiterlijk van wandelend tapijt verbergt de Bergamasco een gespierd lijf.
Tot enkele tientallen jaren geleden werd hij alleen maar door herders in het Noord-Italiaanse Bergamo en nabijgelegen streken gebruikt.
Al dravend drijft en hoedt hij schapen of runderen.
In de ruige alpenvalleien waren hond en herder op elkaar aangewezen, waardoor een aparte band ontstond die het bijzondere karakter van dit ras bepaalt.
Algemeen voorkomen
Een vierkante verschijning waar het buitenleven vanaf druipt.
Zijn vacht is voor isolatie en warmte en vormt tevens een goede bescherming tegen roofdieren.
Schofthoogte reuen 60 cm + 2 cm; teven 56 cm + 2 cm
Gewicht reuen 32 - 38 kg; teven 26 - 32 kg
Vacht Zeer overvloedig en lang.
Op de voorhand nogal hard geitenhaar.
Vanaf het midden van de borst en op de benen vervilt het haar.
Hoe ouder de hond, hoe meer de vacht vervilt.
De ondervacht is kort, dik en vettig.
Het haar op het hoofd en de schouders vervilt niet.
De Bergamasco is effen zwart, egaal grijs of grijs gevlekt, met lichtgelige of wildkleurige stukken.
Eventueel wit mag niet meer dan 20% beslaan.
Gebruik Herdershond, waakhond en gezinshond.
Gezondheid Soms komt heupdysplasie voor.
Aard Evenwichtig, waakzaam, moedig, intelligent, vriendelijk, geduldig en zeer gehecht aan het eigen gezin.
De Bergamasco is een echte buitenhond.
Bijzonderheden Het eerste jaar kan de hond geborsteld worden, dan begint het vervilten.
Grote lappen moeten gescheurd worden tot repen met een breedte van ongeveer 3 cm.