Alles over honden: rassen, opvoeding en gezondheid Onafhankelijk · Een site van Petmedia

Herkomst
Amerikaanse Retriever, ontstaan uit honden aan boord van een in 1807 voor de kust van Maryland, Amerika, vergaan Engels schip.
Twee jonge dieren - volgens de verhalen Newfoundlanders of Labradors - werden gered.
De rode reu en zwarte teef, echte waterliefhebbers, werden gekruist met andere rassen, vermoedelijk Ierse Water Spaniels en Amerikaanse Coonhounds.
Hieruit is de Chesapeake Bay Retriever ontstaan, die in 1933 werd erkend.

Algemeen voorkomen
Een pientere en vrolijke, evenredig gebouwde hond met een brede schedel (Newfoundlander) en ronde ribben (Ierse Water Spaniel).
De vacht is erg belangrijk, de hoedanigheid moet goed zijn om hem ook in sneeuw en ijs voor de jacht te kunnen gebruiken, en de kleur is belangrijk, omdat deze de kleur van de omgeving (eendenjacht) zoveel mogelijk moet benaderen.

Schofthoogte reuen 58-66 cm, teven 53-61 cm
Gewicht reuen 29-34 kg, teven 25-29 kg

Chesapeake bay retriever
Foto: Eigen archief



Vacht Ondervacht dik en kort, met een enigszins olieachtige bovenvacht. Door de vette vacht kan het water niet tot de huid doordringen. Bovendien is de ondervacht erg dicht, zodat het lichaam geheel geïsoleerd is tegen het ijskoude water.
Een krulvacht wordt afgekeurd.
De kleur is donkerbruin tot lichtbruin.

Gebruik Bezit van nature over de vereiste werkeigenschappen.
Werkt als een Retriever (apporteert), maar wil ook zelfstandig jagen. Wordt in hoofdzaak gebruikt voor de jacht op waterwild, minder geschikt als gezelschapshond.

Gezondheid Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie.

Aard Staat bekend om zijn onbuigzame karakter en zal in het algemeen een strenge behandeling niet dulden.
Heeft een kalme, doorzettende aard, maar is niet toeschietelijk en hecht zich meestal maar aan één of twee personen.

Bijzonderheden De dikke vacht heeft geen bijzondere verzorging nodig.