Herkomst
Dit ras ontstond vanaf de 16e eeuw uit de Spioenen, staande honden die via Frankrijk uit Spanje afkomstig waren.
In Nederland werden ze Patrijshonden genoemd.
In die tijd al, drie eeuwen geleden, stond het ras in aanzien bij de Hollandse jagers, getuige de vele schilderijen uit die tijd.
Gabriel Metsu, J. Weenix, Jan Steen, Cornelis de Vos en Gerrit Berckheide schilderden deze hond, in de regel in gezelschap van zijn baas of diens familie of op jacht, staande voor wild.
In het oosten van het land, vooral in Drenthe, werden deze honden raszuiver bewaard en niet, als elders, vermengd met andere buitenlandse rassen.
Tussen 1920 en 1940 is men serieus met de opbouw begonnen en op 15 mei 1943 volgde de officiële erkenning door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied. Met name M.C.S. Baronesse van Hardenbroek en de heren G.J. van Heek jr. en P.B.V. Quartero hebben zich ingezet voor de officiële erkenning. Het ras is het meest verwant aan de Heidewachtel en de Epagneul Français.
De rasvereniging werd op 5 juni 1948 opgericht.
Dit ras wordt tegenwoordig zeer gewaardeerd.
Men treft deze hond in heel Nederland aan; er zijn er zo'n 5000 tot 6000. Zelfs zijn er al heel wat Drenten in het buitenland terecht gekomen.
In Luxemburg en Denemarken zijn rasverenigingen opgericht.
Hoewel het een geliefde huishond is, blijven de fokkers streven naar Drenten die echte jachthonden zijn en het juiste rastype vertonen.
Algemeen voorkomen
Een evenredig gebouwde hond, die kracht en snelheid uitstraalt. Zwaarder gebouwd dan de Heidewachtel.
Schofthoogte 55-63 cm
Gewicht 25-35 kg
Vacht Langharig, met rijke bevedering aan de start, oren, voor- en achterbenen.
Niet gekruld.
Wit met bruine of oranje platen, eventueel met tan-aftekening, met of zonder spikkels.
Gebruik Voor de Nederlandse jager, op zijn wisselend terrein de jachthond bij uitnemendheid.
Hij werkt het terrein af zonder zich al te ver van de jager te verwijderen. Hij staat bijzonder goed voor.
Ook geschikt voor waterwerk en een goede apporteur.
Deze eigenschappen zijn hem aangeboren, hij heeft weinig africhting nodig.
Gezondheid Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie en erfelijke oogafwijkingen.
Een enkele keer komt epilepsie voor.
Aard Een veelzijdige hond, niet alleen staande jachthond maar ook erfhond/waakhond, huishond en kindervriend.
Door zijn veelzijdigheid en soms eigenwijze karakter vraagt hij om een consequente opvoeding, die echter niet hard mag zijn.
De hond is trouw en intelligent.
Bijzonderheden De vacht heeft niet veel onderhoud nodig.
Eenmaal in de week een borstelbeurt is voldoende.
De nagels en het haar tussen de tenen moeten worden geknipt.
Wassen is niet nodig; de Drent heeft een vuilafstotende vacht.