Herkomst
Rond 1900 ontstaan in Duitsland in de omgeving van Frankfurt am Main. Eerst ruwhaar Dwergpinscher genoemd.
Algemeen voorkomen
Klein, krachtig, eerder gedrongen dan slank, ruwharig, elegant, de verkleinde versie van de Schnauzer zonder de voor dwerghonden typische gebreken.
Schofthoogte reuen en teven 30 - 35 cm
Gewicht ongeveer 8 - 10 kg
Vacht Ruwe, harde en dichte vacht met harde korte bovenbeharing en dichte ondervacht.
Ruige wenkbrauwen en baard.
Zuiver zwart, peper en zout, zwart-zilver en wit.
Gebruik Oorspronkelijk een stalhond.
Nu waak, huis- en begeleidingshond.
Gezondheid Geen ernstige rasgebonden gezondheidsproblemen.
Aard Komt overeen met die van de Schnauzer, met daarnaast het temperament en gedragspatroon van een klein ras.
Schrander, onverschrokken, waakzaam, met flink uithoudingsvermogen.
Bijzonderheden De vacht dient regelmatig te worden geborsteld, en de ondervacht uitgedund.
Twee maal per jaar moet de vacht worden geplukt.