Alles over honden: rassen, opvoeding en gezondheid Onafhankelijk · Een site van Petmedia

Herkomst  
Afstammeling van de Setting Spaniëls, Voorstaande Honden die gefokt werden voor de jacht op het veerwild in de tijd dat er nog geen geweren bestonden.
De honden lagen het wild voor, waarna de jagers de netten over de vogels en de honden heen trokken.
Door Edward Laverack en Purcell Llewellin in de 19e eeuw tot een apart ras ontwikkeld.

Algemeen voorkomen
Een krachtige, elegante en bijzonder adellijke hond.

Schofthoogte reuen 65-68 cm, teven 61-65 cm
Gewicht reuen circa 32 kg, teven circa 28 kg

Engelse setter
Foto: Eigen archief



Vacht Enigszins golvend, lang en zijdeachtig.
Goede bevedering aan benen en staart.
Wit en zwart (blue belton), wit en geel (lemon belton), wit en leverkleur (liver belton), wit en zwart en tan (blue belton and tan), en wit en leverkleur en tan (liver belton and tan).
Honden zonder grote platen, maar met kleine vlekjes over het hele lichaam genieten de voorkeur.

Gebruik Over het algemeen wordt er weinig meer gewerkt met de Engelse Setter, en de honden die het op veldwedstrijden goed doen, stammen meestal af van zogenaamde werklijnen.

Gezondheid De honden waarmee gefokt wordt, worden röntgenologisch onderzocht op de aanwezigheid van heupdysplasie en ondergaan een gehoortest.

Aard Hond met een zeer zacht, rustig, goedaardig en welgemanierd karakter.
Minder impulsief dan de Ier, minder flink dan de Gordon.
Zeer vertrouwd met kinderen. Rustig en zindelijk in huis.

Bijzonderheden De lange, zijdeachtige vacht moet regelmatig worden geborsteld en gekamd, en regelmatig worden getrimd.