Herkomst
Lapinkoira, hond van de Finse Lappen (Samen).
In het toendragebied ten noorden van de poolcirkel wordt het ras ingezet bij het drijven en hoeden van de in het wild levende rendierkudden.
Nauw verwant aan de eveneens Finse Lapinporokoira en de Zweedse Lappenhond.
Algemeen voorkomen
Middelmatig grote, vrij stevig gebouwde hond, langer dan hoog, met ook een relatief breed hoofd.
Schofthoogte reuen 46-52 cm, teven 40-46 cm
Gewicht 25-30 kg
Vacht Bovenvacht lang, ruw aanvoelend en glanzend, tamelijk vast tegen het lichaam gedrukt, op het hoofd en aan de binnenkant van de benen korter.
Dichte, zachte, wollige ondervacht.
Alle kleuren zijn toegestaan, mits er één overheerst: zwart of chocoladebruin met witte aftekening, tricolor met zwart of chocoladebruin als hoofdkleur, of crème.
Gebruik Bij de Samen drijven en hoeden van rendieren, waakhond en gezelschap, ook om de kinderen warm te houden.
Ook zeer geschikt als hoeder van schapen en als erfhond.
Vindt steeds meer erkenning als gezelschapshond.
Gezondheid Een enkele keer komt heupdysplasie voor.
Ook erfelijke oogafwijkingen zijn bekend.
Fokdieren worden hierop onderzocht.
Aard Actief, speels, maar niet druk.
Waaks zonder agressie.
Vriendelijk ten opzichte van mensen en in het bijzonder kinderen.
Bijzonderheden Het lange haar vraagt relatief weinig verzorging.