Alles over honden: rassen, opvoeding en gezondheid Onafhankelijk · Een site van Petmedia

Herkomst  
Afstammeling van de Setting Spaniëls, Voorstaande Honden die gefokt werden voor de jacht op het veerwild in de tijd dat er nog geen geweren bestonden.
De honden dreven het wild in de richting van de jagers, die vervolgens netten over de vogels en de honden heen gooiden.
Gefokt en opgegroeid in de Schotse Hooglanden in zeer zwaar terrein en daardoor zwaarder en langzamer dan de andere Setters.
Door de Hertog van Richmond en Gordon in circa 1820 gefokt uit de Ierse Setter met vermoedelijk een Bloedhond.
Is de Ierse Setter de snelste en de Engelse Setter de elegantste, de Gordon is het werkpaard.

Algemeen voorkomen
Een stijlvolle hond met de bouw van een galoppeur.
Zijn evenwichtige bouw doet denken aan die van een fors jachtpaard.
De hond is zeer symmetrisch van bouw.

Gordon setter
Foto: Eigen archief



Schofthoogte  reuen 66 cm, teven 62 cm
Gewicht  ongeveer 30-35 kg

Vacht  Matig lang, glad en niet krullend of golvend.
Bevedering aan oren, achterzijde benen, buik en staart.
De kleur is diepglanzend gitzwart, zonder een spoor van roodbruin, met tankleurige aftekeningen boven de ogen, aan de zijkant van de voorsnuit, de keel en voorborst, aan de binnenzijde van voor- en achterbenen en om de anus.

Gebruik  Over het algemeen wordt er weinig meer gewerkt met de Gordon Setter, en de honden die het op veldwedstrijden goed doen, stammen meestal af van zogenaamde werklijnen.

Gezondheid  De honden waarmee gefokt wordt, worden röntgenologisch onderzocht op de aanwezigheid van heupdysplasie.

Aard  Hond met een zeer zacht, rustig en goedaardig karakter.
Minder impulsief dan de Ier, flinker dan de Engelse Setter.
Zeer vertrouwd met kinderen.  

Bijzonderheden  De lange, zijdeachtige vacht moet regelmatig worden geborsteld en gekamd, en de honden die naar tentoonstellingen gaan, behoren te worden getrimd.