Alles over honden: rassen, opvoeding en gezondheid Onafhankelijk · Een site van Petmedia

Herkomst  
De IJslandse hond stamt af van honden die met Noorse Vikingen naar IJsland kwamen tijdens de kolonisatie van dit eiland (874-930).
Het ras is verwant aan andere Scandinavische rassen, zoals de Buhund. Dreigde in de 19e eeuw op IJsland te verdwijnen door epidemieën, hongersnood en natuurrampen, maar ook omdat men probeerde het herdersinstinct te verhogen door te kruisen met andere rassen.
Alleen op boerderijen in afgelegen gebieden bleef het ras zuiver bewaard.
Dankzij de inspanningen van een Engelsman met interesse in IJsland en kynologie is het ras behouden gebleven en in 1969 door de FCI erkend.

Algemeen voorkomen
Noordelijke Spits, langer dan hoog.
Origineel werkras, flink en stoer, gewend aan een leven buiten, zonder luxe.
Lachend gezicht met beweeglijke oren.
Dikke, waterafstotende vacht.

Schofthoogte reuen 42-48 cm, teven 38-44 cm
Gewicht 12-18 kg

Ijslandse hond
Foto: Eigen archief



Vacht Middellange of lange bovenvacht, kort op het gezicht en de voorkant van de benen.
Ondervacht dicht, zacht en wollig.
Alle kleuren zijn toegestaan, als er maar één kleur overheerst.
Wit in de vorm van een bles en markeringen op borst, punt van de staart en benen en tenen zijn toegestaan.

Gebruik Als herdershond en waakhond nauw met de mens samenwerkend.
Door de eeuwen heen werd alleen op deze eigenschappen geselecteerd; valse en agressieve honden werden geëlimineerd.
Zo ontstond een alerte waker en attente veehoeder.
Het is daardoor een ras geworden, dat heel goed voldoet als gezelschapshond, ook door zijn aangename houding ten opzichte van kinderen en medehuisdieren.

Gezondheid Er zijn geen rasspecifieke gezondheidsproblemen bekend.

Aard Levendig, goedaardig, vriendelijk, waaks zonder enige agressiviteit.

Bijzonderheden De vacht vraagt geen bijzondere verzorging, behoudens de normale wekelijkse borstelbeurt.
De nagels aan de wolfsklauwen moeten regelmatig worden geknipt.