Alles over honden: rassen, opvoeding en gezondheid Onafhankelijk · Een site van Petmedia

Koper is als sporenelement van groot belang voor honden en regelt de stofwisseling. Het wordt in hele kleine hoeveelheden opgenomen in het lichaam via het voedsel. Het overtollige koper wordt vervolgens weer afgevoerd via de lever en de gal.
Koperstapeling (Copper Toxicosis (CT) in het Engels) komt bij alle doorsoorten voor. Het ontstaat als het lichaam teveel koper opneemt maar vervolgens niet meer afvoert. Vooral de Bedlington Terrier staat er om bekend dat hier vaak de koperstapelingsziekte voor komt.

De oorzaak van koperstapelingsziekte is vaak erfelijk. Door een defect in een van de genen die betrokken is bij het afvoeren van koper functioneert een van de enzymen die in dit proces een rol speelt niet meer. De giftige koperverbindingen hopen zich hierdoor op in de lever. Dit veroorzaakt weer chronische hepatitis waardoor de hond al op jonge leeftijd zal overlijden.

Als vooraf bekend is dat de hond aan de koperstapelingsziekte lijdt dan kan er een koper-arm voor gegeven worden. Deze voeding bevat ook stoffen die een teveel aan koper weghalen uit het lichaam. Door dit speciaale dieet kan de levensduur van de hond aanzienlijk verlengd worden en wordt het lijden aanzienlijk minder.

DNA test

Pas zodra een hond 3 jaar of ouder is worden de effecten van de koperstapelingsziekte merkbaar. Om er in een vroeg stadium achter te komen of een hond de genen voor deze ziekte bij zich draagt kan een DNA test uitgevoerd worden. Vroeger werd hier een test met een leverbiopt voor gebruikt, maar deze test vind alleen de lijders van de ziekte, niet de dragers.

De ziekte vererft recessief, dat wil zeggen dat een hond van beide ouders de erfelijke aanleg voor koperstapelingsziekte mee moet krijgen om lijder te zijn. Krijgt de hond slechts van 1 ouder het gen mee, dan is de hond drager. Met een DNA test is vast te stellen of de hond vrij is, drager of lijder. Fokkers kunnen met een DNA test al op jonge leeftijd vaststellen of de toekomstige fokdieren het gen voor CT bij zich dragen. Hierdoor kan er selectief gefokt worden.