Herkomst
Een werkras ontstaan in het Lake District (Noordwest Engeland).
Een hond met voldoende beenlengte om de vossen te volgen over de rotsrichels.
Kort na de Eerste Wereldoorlog kreeg hij zijn huidige naam.
Door de geïsoleerde ligging van de streek ontstond al snel een vast type. In de jaren dertig van de vorige eeuw erkend door de Engelse Kennel Club.
Algemeen voorkomen
Compacte, krachtige, evenwichtige en robuuste hoogbenige Terriër met een scherpzinnige uitdrukking Sterke, vrij korte rug en stevige botten.
De V-vormige oren zijn relatief klein.
Typerend is dat bij het lopen de voor- en achterbenen recht vooruit en parallel bewegen.
Schofthoogte niet meer dan 37 cm
Gewicht reuen 7,7 kg, teven 6,8 kg
Vacht De waterdichte vacht is dik en heeft een boven- en ondervacht. Kleur: black and tan, blue and tan, rood, tarwe, roodgrijs, lever, blauw of zwart.
Mahonie of donker tan is ongewenst.
Gebruik Gefokt als pure werkhond voor met name de jacht op de vos.
Nu geliefd als familie- en tentoonstellingshond.
Gezondheid Geen rasgebonden afwijkingen bekend.
Aard Vrolijk, scherpzinnig, niet bang, alert, zelfverzekerd en trouw aan zijn eigenaar.
Vriendelijk voor kinderen.
Bijzonderheden Behoort minimaal tweemaal per jaar getrimd te worden; natrimmen na circa zeven weken.
Regelmatig kammen en borstelen.