Herkomst
Duits ras.
Genoemd naar de plaats Leonberg in Württemberg, Duitsland. Omstreeks 1860 gefokt uit kruisingen van de Landseer, de Sint Bernard en de Pyreneese Berghond.
Grondlegger Heinrich Essig wilde een hond fokken die zou lijken op de leeuw in het stadswapen.
Algemeen voorkomen
Groot, krachtig, gespierd, elegant, goed geproportioneerd.
Schofthoogte reuen 72 - 80 cm, teven 65 - 75 cm
Gewicht ongeveer 55 - 65 kg
Vacht Matig zacht tot grof, vlak liggend, recht of iets golvend.
Manen aan borst en hals.
Kleur als van een leeuw, goudgeel tot roodbruin met een zwart of donker masker.
Gebruik Niet voor speciaal gebruik gefokt, maar kan goed waken.
Is een zeer geschikte familiehond.
Gezondheid Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie en erfelijk bepaalde oogafwijkingen en ondergaan een gedragstest (MAG-test).
Aard Zelfbewust, rustig, vriendelijk.
Bijzonderheden De vacht vereist regelmatige kam- en borstelbeurten.