Herkomst
In de 9e eeuw vestigden zich in Hongarije de nomadische Magyaren.
Zij namen hun grijze runderen, paarden en honden mee.
Voor de jacht gebruikten ze een hond die op de Russische Steppenwindhond leek en die over krachtige kaken beschikte.
Later heeft men Greyhounds ingekruist om de snelheid te verhogen.
De Magyar Agár was na WO II bijna uitgestorven; de Hongaren hebben deze hond met veel inspanning weten te redden.
Algemeen voorkomen
Een snelle windhond die het toonbeeld is van harmonie tussen kracht en macht.
Hij is duidelijk langer dan hoog en heeft krachtige, lange kaken.
Goed bespierd, diepe vlakke borst, pezige en droge benen.
Hij kan een snelheid van meer dan 60 km/u bereiken en die minutenlang volhouden.
Schofthoogte reuen en teven 63 - 70 cm
Gewicht reuen 27 - 31 kg; teven 22 - 26 kg
Vacht De Magyar Agár heeft een zeer dunne huid met een korte, gladde, aanliggende vacht.
Hierdoor heeft hij de neiging om te rillen.
Kleuren: zwart, asgrauw, geel, gestroomd, soms helemaal wit of bont.
Gebruik zichtjager op hazen en vossen, waakhond
Gezondheid Er zijn geen rasspecifieke gezondheidsproblemen bekend.
Aard Trouw, aanhankelijk voor zijn mensen, plezierig in de omgang, waaks, eerlijk en soepel.
Bijzonderheden Oppassen met kou.
Af en toe verzorgen door hem met een lap op te wrijven.