Herkomst
Noors jachthondenras met een zeer gespecialiseerde taak: het levend vangen en apporteren van de papegaaiduiker, die nestelt en leeft in spleten op de klippen.
Tegenwoordig is de papegaaiduiker een beschermde vogelsoort en wordt dus niet meer bejaagd.
Algemeen voorkomen
Kleine Spits, soepel en lichtgebouwd.
Zijn voeten bevatten dikke voetzolen en zes volledig ontwikkelde tenen (dus een dubbele hubertusklauw) en zijn voorbenen kunnen - uniek voor dit ras - zijwaarts naar buiten uitslaan.
Deze kenmerken bezorgen het ras de nodige grip en beweeglijkheid om zich op steile rotsen soepel te kunnen voortbewegen.
Schofthoogte reuen 32-36 cm, teven 30-34 cm
Gewicht 8-10 kg
Vacht Bovenvacht dicht, vlak, voelt tamelijk ruw aan en een dikke, korte ondervacht.
Bovenvacht zwart, grijs of bruin in verschillende tinten, met wit; ondervacht lichter.
Gebruik Jachthond op een nu niet meer te bejagen vogelsoort.
Zijn lot leek daarmee bezegeld, maar het ras is herontdekt als gezelschapshond.
Gezondheid Geen bijzonderheden bekend.
Aard Kwiek, temperamentvol en beweeglijk, zeer aanhankelijk voor de eigenaar, gereserveerd ten opzichte van vreemden.
Bijzonderheden Geen bijzondere zorg vereist, buiten de normale borstelbeurt.