Nucleiproteinen vallen ook onder de eiwitten, maar worden toch apart genoemd omdat ze een afwijkende chemische verbinding hebben. Naast de normale aminozuurverbinding bevatten de nucleiproteinen ook nog nucleinezuur, een andere naam voor deze eiwitten is daarom ook wel samengestelde eiwitten.
Nucleinezuur bestaat uit:
- fosfaatgroepen
- stikstofbasen
- suikers: Ribose en Desoxyribose
Nucleinezuren die suikers bevatten worden naar deze suikers vernoemd: ribosenucleinezuur (RNA) en desoxyribosenucleinezuur (DNA)
Tijdens de afbraak van de nucleinezuren worden de groepen losgekoppeld van elkaar. Hierdoor kan het lichaam ieder onderdeel afzonderlijk gebruiken. De vrijgekomen aminozuren worden gebruikt voor de opbouw van lichaamseigen eiwit. De fosfaatgroepen worden gebruikt voor de opbouw van ATP terwijl de stikstofbasen gebruikt worden om nieuwe nucleinezuren op te bouwen. Wat overblijft aan stikstofbasen wordt door het lichaam afgebroken tot koolzuurgas, water, energie en urinezuur.
Bij honden wordt het urinezuur door het enzym uricase omgezet in allantoine. De Dalmatische hond en de mens hebben dit enzym niet en kunnen deze omzetting dus niet maken. Door een gebrek aan uricase wordt het urinezuur rechtstreeks door de nieren en blaas uitgescheiden waardoor kristallisatie van het urinezuur kan onstaan. Dit kennen we blaasgruis of blaasstenen.