Herkomst
Zeer oud ras.
Afkomstig uit La Vendée aan de Franse westkust en een broertje van de Grand Basset.
Een kleine, kortbenige en stevige jachthond met een ruwe vacht en bedrijvig en vriendelijk van aard.
Algemeen voorkomen
Een hond met een licht verlengde bouw, sterk en krachtig met een harmonieus totaalbeeld.
Rechte benen, goed ontwikkelde botten en een matig lang, licht gewelfd hoofd met een zware snor en vrij laag aangezette, iets naar binnen vallende oren.
Schofthoogte reuen en teven: van 34-38 cm
Gewicht 14 - 18 kg.
Vacht Hard, ruig, niet te lang en vlak aanliggend.
Op delen van het lichaam komt matige bevedering voor.
Is er in drie soorten kleursamenstellingen.
Zwart met witte, met fauve of zandkleurige aftekening.
Fauve met witte aftekening en eventueel een zwart dek, fauve met zwarte haarpunten.
Zandkleur met zwarte haarpunten en eventueel witte aftekening.
Gebruik Is als 'een kleine duivel in het veld en een engel in huis'. Oorspronkelijk jagend in meutes, later omgevormd tot alleenjagende hond.
Gebruikt voor de jacht op klein wild en bij uitstek geschikt om te werken in dicht begroeid terrein; een vriendelijke gezinshond.
Gezondheid ...
Aard Heeft jachtpassie, is actief, moedig, snel en eigenzinnig; is daarnaast vriendelijk, trouw en gesteld op gezelschap.
Bijzonderheden De ruige vacht vereist extra zorg in de vorm van regelmatig schoonhouden en plukken.