Herkomst
Jachthond van het type dat al in de antieke wereld voorkwam (ongeveer 3000 vóór Christus), dus ingezet voor de jacht zonder geweer. Afkomstig van de Balearen, maar ook bekend in Noord-Spanje en Zuid-Frankrijk.
Werkt zelfstandig of in een meute op konijn, haas en groter wild.
Algemeen voorkomen
Klassieke, vrij grote windhond, gebruikt vooral neus en oren bij het werk. Robuust en sterk, aangepast aan ruig terrein; zeer behendig en snel, kan formidabele sprongen maken.
Schofthoogte reuen 66-72 cm, teven 60-67 cm
Gewicht ongeveer 30 kg
Vacht Stevige, glanzende, korte vacht, of een langere (ongeveer 5 cm) met hard en dicht ingeplant haar en zo mogelijk een baard.
Bij voorkeur witrood, geheel wit of geheel rood.
Ook wel (maar niet in de korthaarvariëteit) reekleur.
Gebruik Jachthond die zelf het wild vangt en kan apporteren.
Zelfstandig werkend of in meutes, die uit teven bestaan met slechts een enkele reu; de reuen van dit ras zijn nogal dominant en verdragen elkaar meestal niet.
Gezondheid Geen gezondheidsproblemen bekend.
Kan oud worden, wat opvallend is voor zo'n grote hond.
Aard Zelfstandig, onverschrokken, afstandelijk, met een niet te temmen, want aangeboren jachtpassie.
Bijzonderheden Normaal vachtonderhoud: eens per week een borstelbeurt.