Herkomst
Frans ras, afkomstig uit de Pyreneeën.
Verwant aan enkele van de grote herdershonden uit Midden-Europa. Sinds mensenheugenis een belangrijke herdershond, die in de bergen de kudden vee beschermde en bewaakte.
Lodewijk XIV verhief hem tot hond van het hof.
Algemeen voorkomen Groot, indrukwekkend, krachtig gebouwd, maar met een zekere gratie.
Schofthoogte reuen 70 - 80 cm, teven 65 - 72 cm met een afwijking van 2 cm naar boven bij uitmuntende exemplaren
Gewicht reuen circa 60 kg, teven circa 45 kg
Vacht Overvloedig, dicht, tamelijk lang.
Wit, of wit met daskleurige, lichtgele of wolfskleurige aftekening op hoofd, oren en staartwortel.
Daskleurige vlekken hebben de voorkeur.
Gebruik Oorspronkelijk waak- en verdedigingshond.
Nu familiehond.
Gezondheid Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie.
Aard Betrouwbaar, vriendelijk, kalm, toegewijd, geduldig, tolerant, gereserveerd tegenover vreemden, maar niet schuw, nerveus of agressief.
Bijzonderheden De vacht vereist regelmatige kam- en borstelbeurten.
Behoeft ruime bewegingsmogelijkheid.
Niet eenvoudig op te leiden door het zelfstandige karakter.
Puppy- en vervolgcursus worden daarom zeker aanbevolen.
Heeft aan de achterbenen dubbele Hubertusklauwen.