Herkomst
Grootste van de Portugese rassen, afkomstig uit uit het laagland ten zuiden van de Taag (Tejo).
De Rafeiro stamt af van molossers gemengd met lokale rassen en kreeg als ras begin negentiende eeuw zijn verschijningsvorm en naam.
Algemeen voorkomen
Imponerende robuuste dogachtige met kalme uitstraling.
Schofthoogte reuen 66 - 74 cm, teven 64 - 70 cm, een paar centimeter meer is volgens de standaard ook toegestaan
Gewicht reuen 45-55 kg, teven 40 - 50 kg
Vacht Kort tot halflang, grof, dicht en glad of golvend.
Komt voor in veel kleuren, al dan niet met vlekken en/of lichte tijgering.
Gebruik Waak- en verdedigingshond, van oudsher begeleider van kuddes die van de bergen in het noorden naar de zuidelijke vlaktes trokken.
Ook gebruikt als jachthond op groot wild.
Gezondheid Geen ernstige rasspecifieke gezondheidsproblemen bekend.
Aard Sterk, moedig, zelfverzekerd, bijzonder oplettend met name 's nachts.
Uitgesprokend beschermend ten opzichte van zijn eigen gezin, waaraan hij zeer gehecht is.
Wantrouwend tegen vreemden en op eigen terrein zeer agressief.
Bijzonderheden De vacht vereist nauwelijks onderhoud.