Over het ras
De Airedale Terrier komt van oorsprong uit de vallei van de rivier Aire in Yorkshire, Engeland. Dit ras werd eerst Waterside Terrier genoemd, en pas in 1884 Airedale Terrier. De dieren werden voornamelijk gebruikt voor de otterjacht. Rassen als de Old English Terrier, de Otterhound en de Welsh Harrier staan aan de voet van dit ras. In 1879 verscheen het ras voor het eerst op een tentoonstelling, waarna het snel zeer populair werd. De Airedale is het grootste ras binnen de Terriergroep. Men noemt hem ook de Koning der Terriers.
Zwart of zwart grizzle als zadel, boven aan de nek en op de bovenkant van de staart, alle overige partijen tankleurig. Een klein wit borstvlekje is toegestaan.
De Airedale Terrier staat bekend als de koning van de Terriërs en is een afstammeling van de Black and Tan Terrier, die heden ten dage uitgestorven is. Deze hond is afkomstig uit de Airdale en Wharfdale streken in Yorkshire, Engeland. De Airedale Terrier stond eerst bekend onder de naam Waterside Terrier. In de negentiende eeuw is de Airedale Terrier ontwikkeld door plaatselijke jagers, die zochten naar een Terriër die op otters en ongedierte kon jagen en kon werken als bewakingshond. Deze hond is later gekruist met de Otterhound om een betere zwemmer te krijgen, die groot genoeg zou zijn om volwassen dassen en otters aan te kunnen. Airedale Terriers werden ook gebruikt om karren te trekken, als bewakingshonden, als politiehonden en als assistenten in het leger. De voorouders van de Airedale Terrier werden de Working, de Waterside of de Bingley Terriers genoemd. Naast zijn rol als jager op klein wild, is de Airedale Terrier in Afrika en Canada ook gebruikt om op groter wild te jagen. Tijdens de tweede Wereldoorlog diende de Airedale Terrier als politiehond en als schildwacht in het leger. Tegenwoordig worden de meeste Airedale Terriers als gezelschapshond gehouden en slechts enkelen als werkhond.
De Airedale Terrier is een hond die alle Terriërkarakteristieken in zich heeft. Deze honden zijn vriendelijk, plooibaar en moedig. De Airedale Terrier houdt van plezier en heeft een goede houding tegenover mensen. Het is een toegewijde metgezel en de Airedale Terrier vindt het altijd leuk om mee te gaan wandelen of om een ritje te maken. De Airedale Terrier is een onbevreesde hond en is tegelijkertijd geen ruziezoeker. Deze honden bewegen snel en zijn altijd klaar om tot actie over te gaan. Een alerte Airedale Terrier is zeer geschikt voor bescherming en als gezinshond.
De Airedale Terrier heeft een levensverwachting van 10 tot 12 jaar. Dit is een zeer gezond ras. Sommige honden van dit ras hebben oogproblemen, heupdysplasie en huidinfecties. In geval van een droge huid, moet de hoeveelheid omega-6/omega-3 vetzuren in de voeding worden aangepast.
Bij de verzorging van de Airedale Terrier moet grote zorgvuldigheid worden betracht. Het haar van deze hond moet minimaal twee keer per jaar worden geplukt. Wanneer deze hond aan tentoonstellingen moet deelnemen, is een meer uitgebreide verzorging noodzakelijk. Het overtollige haar tussen de voetzoolkussens moet worden getrimd. Wanneer de vacht niet wordt geplukt, zal er veel haar op de grond vallen. De baard van deze hond moet iedere dag worden gewassen, om voedselresten eruit te verwijderen.\
Schofthoogte
Reu 58 - 61 cm. Teef 56 - 59 cm.
Gewicht:
20 - 23 kg.
Verschijning
Gespierd en actieve hond.
Aard
Waaks, vrolijk en lief voor kinderen.
Hoofd
Schedel: vlak.
Voorsnuit: krachtig.
Ogen
Donker van kleur. Felle uitstraling.
Oren
V-vormig, opzij gedragen.
Klein van formaat.
Ongewenst: hangoren.
Mond
Lippen: strak.
Kaken: gespierd en krachtig.
Schaargebit. Tanggebit is toegestaan.
Hals
Gespierd.
Loopt geleidelijk breder naar de schouders toe.
Voorhand
Schouders: naar achter gelegen, lang. Schouderbladen zijn vlak.
Ellebogen: loodrecht op het lichaam.
Lichaam
Rug: kort, vlak en recht.
Lendenen: gespierd.
Achterhand
Dijen: krachtig en lang.
Voeten
Compact en rond.
Tenen: iets gebogen.
Eeltkussen: gevuld.
Staart
Hoog aangezet. Vrolijke dracht.
Krachtig en gecoupeerd.
Kleur
Zwart / grijs: rug, ribben en lendenen.
Bruin-geel: rest.
Bruin: oren, aftekeningen in de hals en op de schedel.
Wit: enkele haren bij de voorbenen.
Vacht
Dichte structuur en verzorgd. Gladde vacht op lichaam en benen.
Bovenvacht: hard en stug.
Ondervacht: zacht en kort.
Ongewenst: gekrulde vacht.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\
Karakter
Schofthoogte
Reu 60 - 68 cm. Teef 55 - 63 cm.
Verschijning
Middelgrote hond.
Aard
Intelligent, trouw.
Hoofd
Snuit: tamelijk lang.
Neus: zwart. Leverkleurig bij lichtere vacht.
Ogen
Tamelijk groot.
Vorm: amandelvormig.
Kleur: geel - amberbruin, blauw. Soms tweekleurig van ogen.
Oogleden: zwart.
Oren
Groot. Rechtopstaande oren.
Mond
Gebit: schaargebit.
Lippen: zwart.
Hals
Gespierd.
Voorhand
Gespierd.
Lichaam
Borst: diep.
Rug: recht.
Lendenen: gespierd.
Achterhand
Lang, gespierd.
Voeten
Klein.
Beweging
Gemakkelijk.
Staart
Lang.
Kleur
Alle natuurlijke kleuren.
Vacht
Middelmatige lengte.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\