Over het ras
De Akita is afkomstig uit Japan. Afbeeldingen van dergelijke honden komen al voor op reliefafbeeldingen van 2000 voor Christus. Het ras werd gefokt als jager op wilde zwijnen, herten en zelfs op de zwarte beer. In het midden van de zeventiende eeuw begon men deze honden te gebruiken voor hondengevechten. In het begin van de twintigste eeuw werden het hondengevecht verboden maar desondanks wilde men deze vechthond bewaren. In 1919 werd een wet aangenomen die bedoeld was om nationaal erfgoed te beschermen. Doordat liefhebbers van het ras het ras wilden verbeteren, werden in 1931 negen uitermate goede honden uitgeroepen als nationaal erfgoed. Nadien werd het ras enorm populair. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog ondernam men pogingen om een zuivere Akita terug te fokken. Begin jaren zestig verschijnen de eerste Akita's in Europa.
De vacht is kortharig, met harde dekharen en een zachte ondervacht. De schoft en het achterste gedeelte zijn bedekt met iets langer haar evenals de vacht op de staart
De Akita, een van de oudste rassen van Japan, ontstond in de 17e eeuw. Deze hond is door de edelen van de Akita prefectuur op het eiland Honshu gefokt. Oorspronkelijk hielden alleen de Shoguns, de keizerlijke leiders van het land, de Akita. Deze hond werd gebruikt als keizerlijke waakhond, voor hondengevechten en voor de jacht op wild en beren. In 1931 heeft de Japanse regering de Akita tot onderdeel van het nationaal erfgoed gemaakt.
Door de uitbraak van hondsdolheid in Japan aan het eind van de 19de eeuw is de Akita bijna uitgestorven. Om verspreiding van deze ziekte te voorkomen gaf de regering de opdracht om alle honden te doden en de eigenaren hebben hun geliefde Akita vrijgelaten in de meest afgelegen berggebieden van het eiland. De Akita hebben overleefd dankzij hun gehardheid en goede jachtinstinct.
Helen Keller was de eerste die een Akita in de Verenigde Staten importeerde. In de Tweede Wereldoorlog werden vele Amerikaanse soldaten gecharmeerd door de Akita en ze hebben er vele meegesmokkeld bij terugkeer naar de VS. In 1972 heeft de American Kennel Club deze hond erkend.
Net als alle rassen heeft de Akita de juiste verzorging en voeding nodig om een lang en actief leven te kunnen leiden. Vergeleken met andere honden kent de Akita een aantal gezondheidsproblemen, zo is de Akita gevoelig voor structurele problemen zoals heupdysplasie, artritis en afwijkende vorming van de gewrichten. Andere gekende gezondheidsproblemen bij de Akita zijn de ziekte van Cushing, oogproblemen, talgklierproblemen, schildklierproblemen en auto-immuun thyroïditis en ziektes van het immuunsysteem zoals VKH en Pemphigus.
De levensverwachting voor een Akita ligt rond de twaalf jaar.
De Akita beschikt over een unieke combinatie van waardigheid, moed, affectie en waakzaamheid. Deze hond is buitengewoon aanhankelijk en trouw naar zijn familie en is zeer gesteld op gezelschap. De Akita is zeer agressief naar andere honden en dieren. Deze hond kan niet alleen gelaten worden met andere huisdieren. Hoewel de Akita de kinderen van zijn eigen familie goed verdraagt, kan men niet verwachten dat hij het gestoei en geknoei van de kinderen zonder meer accepteert. Deze hond heeft een sterke wil en vereist een strenge opvoeding. De Akita kan een variëteit aan interessante geluiden produceren. Deze hond heeft een sterke territoriumdrift en is gereserveerd ten opzichte van vreemden. Door zijn uitzonderlijke jachtvermogen is de Akita in staat om zelfs in de sneeuw te jagen.
De Akita heeft een ruwe, harde kortharige vacht die regelmatige verzorging nodig heeft. De zachte ondervacht is gevoelig voor vervilting.\
Schofthoogte
Reu 64 - 70 cm. Teef 58 - 64 cm.
Gewicht
34 - 50 kg.
Verschijning
Grote hond.
Aard
Dominant naar andere honden toe. Trouw, actief en zelfstandig.
Hoofd
Schedel: voorhoofd is breed. Duidelijke rimpel op het voorhoofd.
Snuit: matig lang. Rechte neusrug.
Neus: zwart en groot. Soms leverkleurig.
Ogen
Vorm: bijna driehoekig.
Klein van formaat.
Kleur: donker bruin.
Oren
Klein van formaat.
Vorm: driehoekig en dik.
Naar voren gericht.
Hangende oren zijn niet gewenst.
Mond
Lippen: gesloten.
Gebit: sterk. Schaargebit.
Hals
Gespierd en dik.
Voorhand
Schouder: goed ontwikkeld en aangesloten.
Borst: diep.
Voorbenen: recht en zware botten.
Ellebogen: tegen het lichaam gelegen.
Lichaam
Schoft: hoog.
Rug: kort en recht.
Ribben: licht gebogen.
Buik: opgetrokken.
Lendenen: breed en gespierd.
Kruis: breed en gespierd.
Achterhand
Dijen: lang.
Onderbenen: kort.
Spronggewrichten: sterk.
Middenvoeten: iets schuin.
Voeten
Kattenvoet.
Rond en stevig.
Beweging
Sterke bewegingen.
Staart:
Hoog aangezet. Dik gekrulde staart op rug.
Hangende staart is niet gewenst.
Kleur
Rood-bruin, rood-bruin met zwarte haarpunten, wit en gestoomd.
Wit: zijkanten en onderkant van de kaak, onderkant van de borst, laatste stukje van de staar
Beschrijving
De Akita is afkomstig uit Japan. Afbeeldingen van dergelijke honden komen al voor op reliëfafbeeldingen van 2000 voor Christus. Het ras werd gefokt als jager op wilde zwijnen, herten en zelfs op de zwarte beer. In het midden van de zeventiende eeuw begon men deze honden te gebruiken voor hondengevechten. In het begin van de twintigste eeuw werden het hondengevecht verboden maar desondanks wilde men deze vechthond bewaren. In 1919 werd een wet aangenomen die bedoeld was om nationaal erfgoed te beschermen. Doordat liefhebbers van het ras het ras wilden verbeteren, werden in 1931 negen uitermate goede honden uitgeroepen als nationaal erfgoed. Nadien werd het ras enorm populair. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog ondernam men pogingen om een zuivere Akita terug te fokken. Begin jaren zestig verschijnen de eerste Akita's in Europa.
De vacht is kortharig, met harde dekharen en een zachte ondervacht. De schoft en het achterste gedeelte zijn bedekt met iets langer haar evenals de vacht op de staart
Karakter
Schofthoogte
Reu 60 - 68 cm. Teef 55 - 63 cm.
Verschijning
Middelgrote hond.
Aard
Intelligent, trouw.
Hoofd
Snuit: tamelijk lang.
Neus: zwart. Leverkleurig bij lichtere vacht.
Ogen
Tamelijk groot.
Vorm: amandelvormig.
Kleur: geel - amberbruin, blauw. Soms tweekleurig van ogen.
Oogleden: zwart.
Oren
Groot. Rechtopstaande oren.
Mond
Gebit: schaargebit.
Lippen: zwart.
Hals
Gespierd.
Voorhand
Gespierd.
Lichaam
Borst: diep.
Rug: recht.
Lendenen: gespierd.
Achterhand
Lang, gespierd.
Voeten
Klein.
Beweging
Gemakkelijk.
Staart
Lang.
Kleur
Alle natuurlijke kleuren.
Vacht
Middelmatige lengte.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\