Over het ras
De Australische Terrier is in Australie, door Engelse kolonisten, ontstaan uit diverse Engelse Terriers zoals de Cairn Terrier, de Yorkshire Terrier en de Dandie Dinmont Terrier. Het ras was voornamelijk bedoeld als werkhond, gespecialiseerd in het bestrijden van schadelijke dieren. In het begin werden de nesten geregistreerd onder het ras waar ze het meeste op leken. Eind negentiende eeuw richtte men rasclubs op voor de Australische Terrier en werd de fok gestabiliseerd. In 1903 verscheen de eerste op een tentoonstelling in Melbourne en in 1933 werd het ras in Engeland erkend.
De Australische Terrier is plichtsgetrouw, gelijkmatig, moedig, sterk, maar met een uitgesproken Terriertemperament: alert en onvermoeibaar. De dieren zijn dol op kinderen.
De kleinste van alle werkende terriërs is de Australische Terriër, ontwikkeld in Australië.
Voorheen stond deze hond bekend onder de naam Australian Rough-Coated Terriër en hij werd voor het eerst tentoongesteld in 1868 in Melbourne.
De Australische Terriër werd als waakhond gebruikt om knaagdieren en slangen op een afstand te houden. Het is een relatief nieuw ras binnen de Verenigde Staten, en het ras werd in 1960 door de AKC voor het eerst erkend.
De Australische Terriër is een kleine maar taaie hond met veel moed en veel lef. Deze hond zit vol energie en is goed gehumeurd, nieuwsgierig en vol vertrouwen. Het is een trouwe hond en hij is zeer aanhankelijk aan zijn eigenaar en diens familie.
Het is een buitengewoon intelligente hond met een groot leervermogen. De Australische Terriër is daarnaast ontvankelijk en zeer beschermend. Hij beschikt over een uitstekend gezichtsvermogen en gehoor en kan daardoor ook een uitstekende waakhond zijn. Deze hond heeft de wens zijn baas te plezieren en is gehoorzamer dan de meeste andere terriërs. De Australische Terriër luistert goed naar bevelen en kan makkelijk worden afgericht.
Het is een prettige hond met een vriendelijk karakter, maar hij houdt wel van blaffen. Deze hond doet het goed met kinderen, die hem niet zullen plagen. De Australische Terriër is sociaal en vriendelijk ten opzichte van andere honden. Deze hond heeft wel de neiging om buitenshuis op kleine dieren te jagen. Ook zijn ze niet gesteld op vreemden.
De Australische Terriër is een uitstekende reisgezel. Hij is een onafhankelijke denker en heeft daarom strenge en duidelijke training nodig. Hij heeft een voorkeur voor het volgen van zijn eigen gedachten. Hoewel de Australische Terriër graag in beweging is, kan hij ook op een appartement leven.
De Australische Terriër heeft een lange, harige vacht, die makkelijk te onderhouden is. De vacht hoeft niet te worden getrimd. Regelmatig borstelen is genoeg om de vacht schoon te houden. De zachte ondervacht heeft een speciale voorzichtige verzorging nodig. Indien nodig kan de vacht rond ogen en neus worden getrimd. De vacht moet iedere drie maanden worden geplukt en de nagels moeten regelmatig worden geknipt. Dit ras verliest weinig tot geen haren.
Een Australische Terriër leeft gewoonlijk 15 tot 17 jaar.
Dit is over het algemeen een gezond ras en de Australische Terriër kent dan ook niet veel gezondheidsproblemen. Dit taaie ras is vrij van de meeste aangeboren ziektes.\
Schofthoogte
Reu ongeveer 25 cm. Teef kleiner.
Gewicht
Reu ongeveer 7,5 kg. Teef lichter.
Verschijning
Kleine hond, lang, gespierd.
Aard
Trouw, gezinshond.
Hoofd
Schedel: vlak, lang.
Stop: licht, duidelijk.
Neus: zwart, groot.
ogen
Klein, ovaal.
Kleur: bruin.
Oren
Klein, rechtop.
Mond
Kaken: gespierd.
Gebit: schaargebit.
Lippen: zwart.
Hals
Gebogen, gespierd.
Voorhand
Recht, evenwijdig, gespierd.
Lichaam
Gespierd.
Borst: breed, diep.
Lendenen: gespierd.
Achterhand
Breed, gespierd.
Voeten
Klein, rond.
Tenen: aaneengesloten.
Nagels: zwart.
Staart
Aanzet: hoog.
Niet over rug gebogen.
Beweging
Soepel, krachtig.
Vacht
Hard, recht, dicht.
Ondervacht: kort, zacht.
Kleur
Blauw, tarwe - rood.
Witte tekening op borst en voeten is niet toegestaan.
Diskwalificerende fouten
Nagels: vleeskleurig.
Voeten: wit.
Vacht: krul, wollig.
Gebit: boven-, ondervoorbijt.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\
Karakter
Schofthoogte
Reu 60 - 68 cm. Teef 55 - 63 cm.
Verschijning
Middelgrote hond.
Aard
Intelligent, trouw.
Hoofd
Snuit: tamelijk lang.
Neus: zwart. Leverkleurig bij lichtere vacht.
Ogen
Tamelijk groot.
Vorm: amandelvormig.
Kleur: geel - amberbruin, blauw. Soms tweekleurig van ogen.
Oogleden: zwart.
Oren
Groot. Rechtopstaande oren.
Mond
Gebit: schaargebit.
Lippen: zwart.
Hals
Gespierd.
Voorhand
Gespierd.
Lichaam
Borst: diep.
Rug: recht.
Lendenen: gespierd.
Achterhand
Lang, gespierd.
Voeten
Klein.
Beweging
Gemakkelijk.
Staart
Lang.
Kleur
Alle natuurlijke kleuren.
Vacht
Middelmatige lengte.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\