Alles over honden: rassen, opvoeding en gezondheid Onafhankelijk · Een site van Petmedia

Over het ras

De Boxer, een relatief jong ras, komt van oorsprong uit Duitsland maar is inmiddels over de gehele wereld verspreid. Dit ras stamt af van de Brabanter Bullebijter, die in onder andere in Engeland werd gebruikt voor gevechten met stieren. Aan het begin van de 20e eeuw werden deze dieren gekruist met de Engelse Bulldog waarna de uiteindelijke boxer ontstond. Deze dieren werden in Beieren voor het eerst in het stamboek opgenomen.

De Boxer is een middelgrote, krachtige, stevige, energieke, atletische hond met een vierkante lichaamsbouw en een levendig temperament. Het droge spierstelsel is goed zichtbaar onder de huid

Van geel tot en met donker gestroomd. Zwart masker. Witte aftekeningen toegestaan op borst, snuit en voeten. Wit mag niet meer zijn dan 1/3 deel van de grondkleur. Donker masker en donker omzoomde ogen.

Dieren waarmee gefokt wordt, moeten worden onderzocht op de aanwezigheid van heupdysplasie. Op dit moment wordt er epidemiologisch onderzoek uitgevoerd om na te gaan welke erfelijke gebreken er bij dit ras voorkomen.

De Boxer is levendig, moedig, zelfbewust, vachtlustig, trouw, vrijmoedig, een goede waakhond en aanhankelijk. De dieren kunnen goed met kinderen omgaan. Over het algemeen is dit een plezierige, blije en vrijmoedige hond.

De Boxer is ontstaan in de 16e eeuw. Deze honden zijn afstammelingen van de Duitse Mastiff soorten, de Bullenbeiszer en de Bärenbeiszer. Deze honden zijn destijds gekruist met de Mastiff en de Bulldog. De Engelse naam "Boxer" verwijst naar zijn manier van stotende gevechtstijl. In het verleden werden Boxers gebruikt voor het voortdrijven van stieren, voor het trekken van karren en voor de jacht, maar naar verloop van tijd werd de niet-agressieve kant van hun karakter meer ontwikkeld en werden ze gebruikt als circushonden en theaterhonden. In 1903 kwam dit ras naar de Verenigde Staten en in de jaren veertig van de 20e eeuw werd dit ras populair.

Net als alle andere hondenrassen heeft de Boxer de juiste verzorging en regelmatig onderzoek door de dierenarts nodig. De Boxer heeft aanleg voor structurele problemen, zoals heupdysplasie en spijsverteringsproblemen. En ook wat betreft maagtorsie - waarbij de maag gedraaid wordt met als resultaat een blokkering van aan de ene kant de esophagus en aan de andere kant de darm - is de Boxer vergeleken met andere honden met een diepe borst geen uitzondering. Boxers hebben de neiging om rond het achtste levensjaar tumoren te ontwikkelen. Ze vallen ook ten prooi aan ander gezondheidsproblemen zoals schildklierproblemen, cardiomyopathie, stenose van de sub-aorta en epilepsie. Verder kwijlen ze en snurken ze.

De levensverwachting voor een Boxer is ongeveer 14 jaar. De Boxer is een goedgehumeurde, speelse, nieuwsgierige en energieke hond. Deze hond kan koppig zijn en slinks, maar deze honden zijn zeer intelligent en ze leren snel. Boxers zijn honden met een sterke drang naar prooi. Om zijn karakter in acceptabele banen te leiden, heeft de Boxer een gedegen gehoorzaamheidstraining nodig. Boxers hebben een nauwe band met het gezin waar ze in leven en ze zijn trouw en aanhankelijk. Deze honden gaan goed om met kinderen en kunnen ook goed overweg met andere honden en huisdieren. De Boxer gebruikt zijn voorpoten overal voor. Deze goede bewakingshond houdt van springen en zal zijn familie beschermen, alsook hun huis. Boxers zijn vaak onstuimig en ze houden van menselijk gezelschap. Deze honden staan bekend om hun moed en ze zullen je tegen elke inbreker beschermen. Boxers vragen om een strenge en consequente opvoeding.

Boxers hebben een harde en korte vacht, die met een zachte borstel onderhouden moet worden. Deze hond verhaart gemiddeld en de natuurlijke glans van de vacht kan bevorderd worden de vacht door af en toe af te wrijven.\

Schofthoogte
Reu 57 - 63 cm. Teef 53 - 59 cm.

Gewicht
Reu 35 - 39 kg. Teef 28 - 32 kg.

Verschijning
Groot, vierkant, sterk.

Aard
Rustig, trouw, aanhankelijk, waaks.

Hoofd
Weinig rimpels.
Schedel: breed.
Snuit : breed.
Masker: donker.
Neus: zwart, breed.
Neusgaten: breed.

Ogen
Kleur: donker.

Oren:
Aanzet: hoog.
Niet gecoupeerd.

Mond
Gebit: ondervoorbijter.

Hals
Gespierd, krachtig.
Geen rimpels.

Achterhand
Gespierd.

Voeten
Klein.
Tenen: gebogen, gesloten.
Voetkussens: hard.

Staart
Aanzet: hoog.
Kort, omhoog.

Kleur
Geel, gestroomd.

Vacht
Kort, stug.

NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum. \

Beschrijving

De Boxer, een relatief jong ras, komt van oorsprong uit Duitsland maar is inmiddels over de gehele wereld verspreid. Dit ras stamt af van de Brabanter Bullebijter, die in onder andere in Engeland werd gebruikt voor gevechten met stieren. Aan het begin van de 20e eeuw werden deze dieren gekruist met de Engelse Bulldog waarna de uiteindelijke boxer ontstond. Deze dieren werden in Beieren voor het eerst in het stamboek opgenomen.

De Boxer is een middelgrote, krachtige, stevige, energieke, atletische hond met een vierkante lichaamsbouw en een levendig temperament. Het droge spierstelsel is goed zichtbaar onder de huid

Van geel tot en met donker gestroomd. Zwart masker. Witte aftekeningen toegestaan op borst, snuit en voeten. Wit mag niet meer zijn dan 1/3 deel van de grondkleur. Donker masker en donker omzoomde ogen.

Dieren waarmee gefokt wordt, moeten worden onderzocht op de aanwezigheid van heupdysplasie. Op dit moment wordt er epidemiologisch onderzoek uitgevoerd om na te gaan welke erfelijke gebreken er bij dit ras voorkomen.

De Boxer is levendig, moedig, zelfbewust, vachtlustig, trouw, vrijmoedig, een goede waakhond en aanhankelijk. De dieren kunnen goed met kinderen omgaan. Over het algemeen is dit een plezierige, blije en vrijmoedige hond.