Over het ras
De dashond is afkomstig uit Duitsland en werd gefokt voor de jacht op dassen. De typische voorvader van de hedendaagse Teckel was de Bibarhund. Deze brakkensoort werd al in de vijfde eeuw in Duitsland gebruikt voor de jacht op bevers en dassen. In 1888 werd de Duitse rasvereniging opgericht voor de kortharige varieteit. Door de eeuwen heen hebben de Dashonden zich ontwikkeld tot negen varieteiten. Er worden drie varieteiten onderscheiden op basis van grote en functie; de standaard dashond, dwerg dashond en de kaninchen dashond. Elke varieteit komt in drie type beharing voor: de langharige, de kortharige en de ruwharige. De ruwharige variant ontstond uit kruisingen met de Schotse Dandie Dinmont Terrier en andere Terriers, de langharige door kruisingen van de kortharige met de Cocker Spaniel en de Stoberhund (een oude Duitse jachthond). Om met Teckels ook op bunzings, wezels en konijnen te kunnen jagen, zijn de dwerg dashond en de kaninchen dashond ontstaan. Kaninchen dashonden danken hun naam aan het feit dat ze klein genoeg zijn om in een konijnenhol te kruipen.
De vacht is glanzend, glad of licht golvend en dicht op de romp aanliggend. Onder de hals, op de onderzijde van de romp, op de oren en de achterzijde van de benen iets langer dan op de zijkanten van het lichaam. Aan de onderkant van de staart moet een vlag gevormd zijn.
De dashond is eigenwijs, trouw, dapper, slim, eigenzinnig en dapper. Men dient wel rekening te houden met zijn lange rug, die soms zwak kan zijn. Houd het gewicht van het dier in de gaten en laat hem niet te zwaar worden. Dashonden hebben echte brakkeneigenschappen zoals een uitstekende neus, luid jagen en een groot uithoudingsvermogen. Ze zijn werklustig, moedig en volhardend. Door hun lage bouw en goede neus zijn ze voor alle speurwerk geschikt. Ook kunnen Teckels worden ingezet voor de jacht op wilde zwijnen.
De Teckel is een oud ras, dat in de zestiende eeuw in Duitsland is ontstaan. Men neemt aan dat de oude Duitse jachthonden waren de voorouders van deze hond. De Teckel zelf is gefokt om dassen uit hun holen te jagen ("Dachs" is het Duitse woord voor das).
Later is de miniatuur Teckel met de kortere benen ontwikkeld. Deze kleinere hond moest de holen binnengaan en jagen op hazen en hermelijnen. Tegenwoordig heeft deze hond de reputatie van gezinshond. Er zijn drie erkende variëteiten van de Teckel: de gladharige, de ruwharige en de langharige Teckel. Deze hond is voor het eerst in 1885 door de AKC geregistreerd.
De Teckel is een zeer actieve en dynamische hond en hij is aanhankelijk en stoutmoedig. Deze hond heeft een clownesk karakter en kan soms koppig en ondeugend zijn. Het is een slimme en pientere hond en hij kan niet makkelijk worden afgericht. Toch leert deze hond snel en vindt hij het leuk om kunstjes te leren.
Een Teckel is zeer plichtsgetrouw en trouw aan de familie waar hij bij hoort. Hoewel deze honden zeer actief van aard zijn, is de langharige soort iets rustiger dan de andere en is de draadharige soort de meest dynamische van de drie.
Deze hond is een goede reisgenoot. De Teckel is matig beschermend en gaat over het algemeen goed met kinderen om. De langharige Teckel gaat uitzonderlijk goed met kinderen om. Deze hond heeft een positieve introductie bij de kinderen nodig om een goede relatie met ze op te bouwen.
De rusteloze aard van de Teckel en zijn vermogen om met luide stem te blaffen maken deze hond tot een goede hond om alarm te slaan. Over het algemeen leven ze vreedzaam naast andere honden. Het bazige karakter van deze honden echter kan voor problemen zorgen. Deze honden kunnen jaloers, licht geraakt en dwars zijn. Deze hond zal als hij in zo'n bui is, nooit aarzelen om te gaan vechten.
Om de vacht schoon en glanzend te houden, is regelmatig borstelen met een stevige borstel van belang. Sommige Teckels hebben een lichaamsgeur. Baad de hond als het nodig is of wrijf de vacht met een natte doek af. De langharige Teckels moeten af en toe getrimd worden. Deze hond verhaart matig.
De gemiddelde levensduur van een Teckel is 12 tot 14 jaar.
Teckels hebben een aanleg tot het krijgen van Teckel verlamming, een probleem van de ruggenwervels. Deze honden hebben de neiging om hartziektes, diabetes en urinewegproblemen te ontwikkelen. Ook komen erfelijke oogziektes en huidproblemen bij de Teckel voor.
Teckels worden gemakkelijk te dik. Daarom moeten deze honden niet overvoerd worden. Te dikke Teckels hebben een toegenomen kans om wervelproblemen te krijgen.\
Schofthoogte
13 - 23 cm.
Gewicht
max. 10 kg.
Verschijning
Korte benen, lang gestrekt, compact. Gespierd.
Aard
Vriendelijk.
Hoofd
Langgestrekt.
Neus: smal, lang.
Kortharige: zwart, rood
Schedel: boven vlak.
Ogen
Niet te groot, liggen goed uitelkaar.
Uitdrukking: vriendelijk, energierijk.
Kleur: bruin, zwart.
Oren
Aanzet: hoog, niet te ver naar voren.
Afgeronde punten.
Hangen.
Mond
Kaken: sterk.
Lippen: strak.
Gebit: schaargebit.
Hals
Lang, gespierd.
Voorhand
Gespierd.
Voorbenen: recht.
Lichaam
Borstkas: ovaal, ruim.
Buik: iets opgetrokken.
Lendenen: krachtig, gespierd.
Croupe: iets afvallend.
Achterhand
Gespierd.
Knie, sprong: goed gehoekt.
Voeten
Voorvoeten: naar voren gericht.
Tenen: tegen elkaar.
Nagels: kort, sterk.
Kortharige: zwart, rood.
Beweging
Energiek, vloeiend.
Staart
Aanzet: niet te hoog.
Einde: lichte kromming toegestaan.
Kortharige:
Fijn, vol.
Ruwharige:
Strakke, gladde beharing.
Kleur
Kortharige / langharig:
Zwart, bruin met eventuele gele aftekeningen.
Gevlekt: zwart, rood, grijs met witte vlekken.
Gestroomd:
rood, geel.
Ruwharige:
Bruin.
Vacht
Kortharige:
Kort, dicht, glanzend.
Ruwharige:
Ondervacht: wol, niet op wenkbrauwen, oren.
Baard.
Langharig:
Karakter
Schofthoogte
Reu 60 - 68 cm. Teef 55 - 63 cm.
Verschijning
Middelgrote hond.
Aard
Intelligent, trouw.
Hoofd
Snuit: tamelijk lang.
Neus: zwart. Leverkleurig bij lichtere vacht.
Ogen
Tamelijk groot.
Vorm: amandelvormig.
Kleur: geel - amberbruin, blauw. Soms tweekleurig van ogen.
Oogleden: zwart.
Oren
Groot. Rechtopstaande oren.
Mond
Gebit: schaargebit.
Lippen: zwart.
Hals
Gespierd.
Voorhand
Gespierd.
Lichaam
Borst: diep.
Rug: recht.
Lendenen: gespierd.
Achterhand
Lang, gespierd.
Voeten
Klein.
Beweging
Gemakkelijk.
Staart
Lang.
Kleur
Alle natuurlijke kleuren.
Vacht
Middelmatige lengte.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\