Alles over honden: rassen, opvoeding en gezondheid Onafhankelijk · Een site van Petmedia

Over het ras

De Engelse Cocker Spaniel (hierna te noemen ECS) is op de Toy Spaniels na de kleinste van de verschillende soorten spaniels. Het is al eeuwenlang een zeer gewild hondje door zijn zachtaardige en spontane karakter. De ECS dankt zijn naam aan de Houtsnip (= woodcock) waarop hij in Wales en Groot-Brittannie jacht moest maken. Hij moest de vogels opsporen en dan voor de geweren van de jagers brengen. Vervolgens moest de ECS wachten tot hij de opdracht kreeg het gevogelte te apporteren. De voorouders van de ECS zijn erfhonden van het spanielras dat vroeger in Groot-Brittannie voorkwam. De ECS is in 1893 officieel als ras erkend.

De ECS is een vrolijke compacte jachthond. Hij is stevig en evenredig gebouwd; van de schouder tot de grond wordt ongeveer dezelfde afstand gemeten als van de schouder tot de staartwortel. De leeftijdsverwachting ligt tussen de 13 en 14 jaar.

De vacht van de ECS is zacht zijdeachtig en glad. De beharing mag niet gekruld of gegolfd zijn en niet te overvloedig. Voor de dagelijkse vachtverzorging dient men enige tijd uit te trekken, de dode haren moeten met een borstel worden losgeborsteld en verwijderd

De ECS wordt gebruikt als jachthond. Ook als gezinshond is hij zeer geschikt, onderschat de noodzakelijke beweging om zijn energie kwijt te kunnen raken niet.

Bepaalde oogaandoeningen komen voor. De lange oren zijn kwetsbaar voor ontstekingen. Verder dient erop te worden gelet dat bij reutjes de twee testikels goed indalen in het scrotum.

De ECS is een spontane charmeur en is erg aanhankelijk. Hij voelt feilloos de stemming van de baas aan. Hij is zeer geschikt voor jachttraining en deze temperamentvolle spring-in-’t-veld leert snel. De ECS kwispelt altijd en is erg speels en vrolijk, met kinderen kan hij enorm goed over

De aanwezigheid van de Engelse Cocker Spaniel kan tot honderden jaren terug getraceerd worden tot een beschrijving van deze hond door Gaston Phebus in 1300. Later zouden er zeven verschillende rassen ontstaan, namelijk de Clumber, de Sussex, de Welsh Springer, de Engelse Springer, de Field, de Ierse Water Spaniel en de Cocker. De Cocker Spaniel en de Springer Spaniels werden in tegelijketijd ontwikkeld en ze verschillen alleen wat betreft hun afmetingen. In 1892 heeft de Kennel Club of England deze rassen als aparte rassen erkend. In 1940 hebben de American Kennel Club en de Canadian Kennel Club de Engelse Cocker Spaniel erkend als een apart ras ten opzichte van de American Cocker Spaniel. Dit ras ontleent zijn naam "Cocker" aan de "woodcock", de houtsnip die oorspronkelijk zijn prooi was. Cockers zijn ook goed in het jagen van andere vogels en zijn geschikt om deze wilde vogels te apporteren met hun zachte mond.

De Engelse Cocker Spaniel is vatbaar voor oorinfecties. Hun oren moeten in de zomer vaak gecontroleerd worden. Omdat hun oren dicht bij de grond hangen, kunnen ze geïnfecteerd worden door teken of doornen, hetgeen tot doofheid kan leiden. De Engelse Cocker Spaniels hebben ook een aanleg tot het krijgen van oogproblemen.

De gemiddelde levensverwachting voor de Engelse Cocker Spaniel is ongeveer 12 tot 15 jaar.

De Engelse Cocker Spaniel is een lieve, aanhankelijke en beminnelijke hond. Deze hond is zachtaardig en speels met kinderen, maar zal een ruwe behandeling of plagen niet tolereren. Het is een vriendelijke hond en hij is sociaal tegenover vreemden. Deze hond blaft niet veel en gehoorzaamt de orders die aan hem gegeven worden. De Engelse Cocker Spaniel is een zeer goede gezelschapshond en is over het algemeen op zijn omgeving gericht; niettemin kunnen sommige honden van dit ras zich afzijdig houden en gereserveerd zijn. Reuen zijn over het algemeen meer coöperatief dan teefjes. De Engelse Cocker Spaniel moet met een stevige doch vriendelijke hand worden afgericht. Deze honden gaan heel goed om met huiskatten. Dit ras is goed in spoor volgen, jagen, apporteren en doet het goed in competitieve gehoorzaamheid. Deze hond is zeer behendig en is een goede waakhond. Deze honden zijn uitermate intelligent en van nature zeer bereid om te doen wat je van ze wilt.

De Engelse Cocker Spaniel is een ras dat regelmatige verzorging nodig heeft. De vacht van de Engelse Cocker Spaniel gaat makkelijk vervilten. Sommigen hebben een gemakkelijker te hanteren zijdeachtige, platliggend soort vacht. Dit ras verhaart gemiddeld; deze honden moeten gebaad worden en met droog shampoo behandeld. Overtollig oorsmeer dat zich ophoopt in de oren, moet regelmatig worden verwijderd en de oren moeten worden nagekeken op tekenen van infectie. De haren op de benen van de Engelse Cocker Spaniel moeten naar beneden worden geborsteld over de tenen en afgeknipt worden op de hoogte van de voetzolen. Deze honden moeten regelmatig worden geborsteld om hun haren vrij van klitten te houden.\

Schofthoogte
Reu 39 - 41 cm. Teef 38 - 39 cm.
Gewicht
12 - 15 kg.

Verschijning
Middelgroot.

Aard
Vrolijk, aanhankelijk.

Hoofd
Stop: duidelijk.
Neus: breed.

Ogen
Kleur: bruin.

Oren
Aanzet: laag.

Mond
Kaken: gespierd.
Gebit: schaargebit.

Hals
Gespierd.

Voorhand
Voorbenen: recht.

Lichaam
Gespierd.
Borst: diep.
Ribben: goed gewelfd.
Rug: vlak.
Lendenen: kort.

Achterhand
Gespierd.

Beweging
Ruim, soepel.

Staart
Aanzet: laag.
Horizontaal gedragen, nooit omhoog.

Kleur
Bij effen geen wit toegestaan, wel op de borst.
Alle kleuren mogelijk.

Vacht
Glad.
Niet stug, niet golvend.

NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\

Beschrijving

De Engelse Cocker Spaniel (hierna te noemen ECS) is op de Toy Spaniels na de kleinste van de verschillende soorten spaniels. Het is al eeuwenlang een zeer gewild hondje door zijn zachtaardige en spontane karakter. De ECS dankt zijn naam aan de Houtsnip (= woodcock) waarop hij in Wales en Groot-Brittannië jacht moest maken. Hij moest de vogels opsporen en dan voor de geweren van de jagers brengen. Vervolgens moest de ECS wachten tot hij de opdracht kreeg het gevogelte te apporteren. De voorouders van de ECS zijn erfhonden van het spaniëlras dat vroeger in Groot-Brittannië voorkwam. De ECS is in 1893 officieel als ras erkend.

De ECS is een vrolijke compacte jachthond. Hij is stevig en evenredig gebouwd; van de schouder tot de grond wordt ongeveer dezelfde afstand gemeten als van de schouder tot de staartwortel. De leeftijdsverwachting ligt tussen de 13 en 14 jaar.

De vacht van de ECS is zacht zijdeachtig en glad. De beharing mag niet gekruld of gegolfd zijn en niet te overvloedig. Voor de dagelijkse vachtverzorging dient men enige tijd uit te trekken, de dode haren moeten met een borstel worden losgeborsteld en verwijderd

De ECS wordt gebruikt als jachthond. Ook als gezinshond is hij zeer geschikt, onderschat de noodzakelijke beweging om zijn energie kwijt te kunnen raken niet.

Bepaalde oogaandoeningen komen voor. De lange oren zijn kwetsbaar voor ontstekingen. Verder dient erop te worden gelet dat bij reutjes de twee testikels goed indalen in het scrotum.

De ECS is een spontane charmeur en is erg aanhankelijk. Hij voelt feilloos de stemming van de baas aan. Hij is zeer geschikt voor jachttraining en deze temperamentvolle spring-in-’t-veld leert snel. De ECS kwispelt altijd en is erg speels en vrolijk, met kinderen kan hij enorm goed over