Over het ras
De Engels Setter is afkomstig uit Engeland. Het is een afstammeling van de Setting Spaniels, Voorstaande Honden die gefokt werden voor de jacht op het veerwild in de tijd dat er nog geen geweren bestonden. In de 18e eeuw hebben twee fokkers, Edward Laverack en Purcell Llewellin veel aan de totstandkoming van het ras bijgedragen. Laverack fokte deze honden omdat hij Spaniels wilde verbeteren. Deze honden werden gebruikt voor de jacht op patrijzen en kwartels. De fokproducten van Laverack waren geheel zuiver en van hoge kwaliteit, en werden daarom later door Llewellin gebruikt om het ras verder uit te bouwen. Hij kruiste de Laveriack's honden met vers bloed uit het Noorden van Engeland. Overigens werden waarschijnlijk ook de Gordon Setter en de Ierse Setter ingekruist om te komen tot een perfecte jachthond.
rt en wit (bleu belton), oranje en wit (orange belton), citroen en wit (lemon belton), leverkleurig en wit (liver belton) of driekleurig.
De Engelse Setter is een van de oudste rassen jachthonden en de geschiedenis van dit ras gaat terug tot de veertiende eeuw. In de eeuwen daarna ontwikkelde dit ras zich tot een ras dat een "setting" Spaniel genoemd werd en dat gebruikt werd voor het vinden en zetten van vogels. Dit ras heeft deze naam gekregen, omdat het ging liggen (of zetten) en bewegingsloos bleef met de ogen op de prooi gericht en een poot optilde om aan te
wijzen waar zich de prooi bevond. Tegen het eind van de achttiende eeuw ging men bij de jacht geweren gebruiken en werden deze honden simpelweg "Setters" genoemd.
De Engelse Setter die we tegenwoordig kennen, heeft zijn uiterlijk te danken aan Sir Edward Laverack, die dit ras in de negentiende eeuw heeft ontwikkeld door middel van selectief kruisen. Het moderne showtype Engelse Setter wordt vaak ook het Laverack type genoemd. Later heeft de heer Richard Llewellin een andere lijn ontwikkeld, die in staat was om te werken en de huidige werkende setter wordt ook wel het Llewellin type
genoemd.
Bij de Engelse Setter kunnen auto-immuun problemen voorkomen. Deze honden hebben een aanleg voor doofheid, maagtorsie, heupdysplasie en verschillende oogproblemen. De Engelse Setters hebben een zeer gevoelige huid en zijn bevattelijk voor vele soorten huidallergieën. Ouders moeten worden getest en moeten vrij zijn van genetische afwijkingen en gezondheidsproblemen. Ze moeten jaarlijks OFA certificaten krijgen en
door de CERF worden getest. Vergeleken met andere rassen, hebben de Engelse Setters relatief weinig gezondheidsproblemen.
De gemiddelde levensverwachting voor de Engelse Setter is ongeveer 10 tot 12 jaar.
De Engelse Setter is een vreedzame, vriendelijke, gevoelige en gelijkmatig gehumeurde hond, hij doet het uitstekend met kinderen en heeft behoefte aan genegenheid. Deze honden kunnen eigenzinnig zijn en het kan moeilijk zijn om ze zindelijk te krijgen. Bij de Engelse Setter moet op jonge leeftijd met het africhten worden begonnen. Dan kunnen ook slechte gewoontes worden voorkomen. Ze moeten met vaste en toch zachte hand
worden behandeld. De Engelse Setter houdt van spelen met andere honden en hij geniet van gezelschap. Engelse Setters zijn matig goed als waakhond. Deze honden houden ervan om te zwerven, graven en te springen. Het veldtype Engelse Setter, ofwel het Llewellin type, is kleiner dan het showtype Engelse Setter, ofwel het Laverack type en het veldtype is zeer actief.
De Engelse Setter heeft een middellange zachte en vlakke vacht, die regelmatig geborsteld en gekamd moet worden om hanteerbaar en aantrekkelijk te blijven. Er moet voor worden gezorgd dat de vacht vrij van knopen en takjes blijft. De Engelse Setter verhaart gemiddeld en wanneer de hond in de rui is, moet er meer aandacht aan de verzorging van de vacht worden besteed. Het is niet nodig om deze hond regelmatig te baden of met droogshampoo te behandelen. Het haar onder aan de voeten moet worden geknipt, evenals de nagels.\
Schofthoogte
Reu 65 - 68 cm. Teef 61 - 65 cm.
Verschijning
Niet te groot.
Aard
Vriendelijk.
Hoofd
Hoofd: lang.
Schedel: ovaal.
Neus: zwart, leverkleurig.
Ogen
Kleur: bruin.
Vorm: ovaal.
Oren
Niet te lang.
Aanzet: laag.
Naast hoofd gedragen.
Mond
Kaken: gespierd.
Gebit: schaargebit.
Hals
Lang.
Voorhand
Voorbenen: recht, gespierd.
Lichaam
Borst: diep.
Ribben: gewelfd.
Rug: kort, recht.
Achterhand
Achterbenen: gespierd.
Voeten
Tenen: gesloten.
Beweging
Vrije, sierlijke beweging.
Staart
Aanzet: in één lijn met de rug.
Niet al te lang.
Kleur
Zwart-wit (blue belton), oranje-wit (orange belton), geel-wit (lemon belton), lever-wit (liver belton), blue belton - tan, liver belton - tan.
Vacht
Licht golvend.
Lang.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\
Beschrijving
De Engels Setter is afkomstig uit Engeland. Het is een afstammeling van de Setting Spaniëls, Voorstaande Honden die gefokt werden voor de jacht op het veerwild in de tijd dat er nog geen geweren bestonden. In de 18e eeuw hebben twee fokkers, Edward Laverack en Purcell Llewellin veel aan de totstandkoming van het ras bijgedragen. Laverack fokte deze honden omdat hij Spaniëls wilde verbeteren. Deze honden werden gebruikt voor de jacht op patrijzen en kwartels. De fokproducten van Laverack waren geheel zuiver en van hoge kwaliteit, en werden daarom later door Llewellin gebruikt om het ras verder uit te bouwen. Hij kruiste de Laveriack's honden met vers bloed uit het Noorden van Engeland. Overigens werden waarschijnlijk ook de Gordon Setter en de Ierse Setter ingekruist om te komen tot een perfecte jachthond.
rt en wit (bleu belton), oranje en wit (orange belton), citroen en wit (lemon belton), leverkleurig en wit (liver belton) of driekleurig.