Over het ras
De Grote Zwitserse Sennenhond is ontstaan en ontwikkeld in de Zwitserse Alpen en is de oudste van de vier Sennenhonden rassen. Dit ras is naar alle waarschijnlijkheid een afstammeling van de Romeinse Mastiff. Dit ras kan tot de ontwikkeling van de Sint Bernard hebben bijgedragen. In de late negentiende eeuw was de Grote Zwitserse Sennenhond bijna uitgestorven en door de inspanningen van Dr, Albert Heim is dit ras weer opgebloeid en in ere hersteld.
In 1967 is de Grote Zwitserse Sennenhond voor het eerst in de Verenigde Staten geïmporteerd. Het is in zijn land van herkomst nog steeds een zeldzaam ras, maar deze hond wint langzaam aan populariteit. In 1995 is dit ras volledig erkend door de AKC.
De Grote Zwitserse Sennenhond is een stevige hond met een natuurlijk beschermend instinct. Het is een gelijkmatig gehumeurde en oplettende hond, die weinig agressie in zich heeft. Deze hond houdt ervan om zijn baas te plezieren en kan zeer gehoorzaam zijn. Over het algemeen kan deze hond goed overweg met kinderen en kan hij een goede metgezel voor ze zijn.
Het is een uitermate trouwe en aanhankelijke hond en de Grote Zwitserse Sennenhond kan goed overweg met andere dieren binnen het gezin. Deze hond is zeer kalm en zachtaardig en vertoont nooit agressie of vijandigheid. De Grote Zwitserse Sennenhond heeft wel een sterke territoriumdrift en het kan zijn dat hij tegenover vreemden niet uitnodigend is. Deze hond heeft een introductie nodig bij nieuwe gezichten.
De Grote Zwitserse Sennenhond is een dappere en waakzame hond. Het is een extreem oplettend dier en hij zal plichtsgetrouw blaffen bij het horen van vreemde geluiden en ongenode gasten. Deze honden kunnen door hun zorgende en liefhebbende aard een deel van de familie uit gaan maken. In feite wil de Grote Zwitserse Sennenhond voortdurend bij zijn mensen in de buurt zijn. Deze hond doet het zelfs nog beter, wanneer hij op jonge leeftijd zorgvuldig wordt afgericht. Deze grote hond wordt langzaam volwassen en kan wel 2 tot 3 jaar kind blijven.
De Grote Zwitserse Sennenhond is zeer makkelijk te verzorgen. Regelmatig borstelen zal genoeg zijn om de vacht schoon te houden. Dit ras verhaart gemiddeld.
De normale levensverwachting voor de Grote Zwitserse Sennenhond is 10 tot 11 jaar.
De Grote Zwitserse Sennenhond is een enorme hond en dit ras is bevattelijk voor het krijgen van een maagtorsie en heupdysplasie net als andere grote honden. Ook hebben ze een aanleg tot het krijgen van distichiasis, een oogprobleem waarvoor een operatie mogelijk nodig kan zijn. Epilepsie en spijsverteringsproblemen komen ook bij deze honden voor.
Raskenmerken Grote Zwitserse Sennenhond
Schofthoogte: Reu 65 - 72 cm. Teef 60 - 68 cm.
Hoofd
Schedel: vlak.
Lichte stop.
Neus: breed, recht.
Oren: Middelgrote, driehoekige oren.
Mond: Lippen: gesloten.
Hals: Krachtig, gespierde middellange hals zonder losse keelhuid.
Voorhand: Gespierd.
Lichaam
Borst: diep, breed.
Ribben: rond-ovaal.
Rug: gespierd.
Lendenen: breed. gespierd.
Achterhand: Breed, gespierd.
Voeten
Rond, kort, goed aangesloten en gebogen.
Nagels: kort.
Hubertusklauwen moeten verwijderd te worden.
Staart: Zwaar.
Rust: hangend gedragen. Actie: hoger en iets omhoog.
Kleur: Zwarte basiskleur metroestbruine en witte aftekeningen. Bruin altijd tussen het zwart en het wit.
Vacht: Stokhaar, kort haar is toelaatbaar.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.
Herkomst
De grootste van de vier Zwitserse Sennenhondenrassen (Alpenhonden). Voorouders zijn de vroeger in Midden-Europa wijd verspreide, als Metzger- of Fleischerhund (slagershonden) aangeduide, driekleurige honden.
Lange tijd bleef de fokbasis zeer smal.
Nu weer redelijk grote verspreiding.
Algemeen voorkomen
Robuuste driekleurige hond, stevig van bot en met een goede bespiering.
Schofthoogte Reuen 65 - 72 cm, teven 60 - 67 cm
Gewicht 45 tot 65 kg
Vacht Stokhaar met dichte onderwol.
De grondkleur is zwart, met roestbruine en witte symmetrische aftekening.
Het bruin ligt tussen het zwart en het wit in.
Boven beide ogen een roestbruine stip.
Gebruik Zuinige en betrouwbare trek- en draaghond.
Nu voornamelijk gezinshond.
Gezondheid Fokdieren worden onderzocht op het voorkomen van heupdysplasie en moeten een rasgedragstest hebben doorstaan.
Aard Zeker, opmerkzaam, waakzaam en evenwichtig.
Goedmoedig en aanhankelijk tegenover bekenden, zelfverzekerd en gereserveerd ten opzichte van vreemden. .
De hond heeft een gemiddeld temperament.
Bijzonderheden De vacht vereist regelmatige kam- en borstelbeurten.
Een huis met een tuin is noodzakelijk.
Het is zeker geen hond die de gehele dag in een kennel kan zijn.
Een woning die uitsluitend via een trap te bereiken is, is ongeschikt.