Alles over honden: rassen, opvoeding en gezondheid Onafhankelijk · Een site van Petmedia

Over het ras

De Hollandse Herder is een oud Nederlands ras dat omstreeks 1890 meer bekendheid kreeg. In 1898 werd in Nederland een speciale club opgericht die tot doel had het ras te bewaren en te ontwikkelen. Sindsdien het ras in uiterlijk en karakter onveranderd gebleven. Vroeger had men op de boerderij een veelzijdige hond nodig, die weinig eisen stelde en zich goed had aangepast aan het harde bestaan van die tijd. De Hollandse Herdershond behoort tot de hoedende herdershonden, dat wil zeggen dat hij daarbij voornamelijk naast de schapen loopt en niet erachter. De Hollandse Herdershond kent drie varieteiten, de korthaar, de ruwhaar en de langhaar. Deze varieteiten verschillen enkel qua vacht van elkaar. De Hollandse Herder is nooit een modehond geweest. In 1999 waren er in Nederland ongeveer 2.000 kortharen, 750 ruwharen en 1.000 langharen. In vroegere eeuwen had men op het platteland bij de boeren en herders een veelzijdige hond nodig, een manusje van alles, dat weinig eisen stelde en aangepast was aan het harde bestaan van die tijd. Dit ras komt zelden buiten Nederland voor.

De Hollandse herder is middelgroot, heeft een evenredige bouw, is gespierd en krachtig. Hij is iets langer dan hoog. Hij heeft een intelligente en levendige uitdrukking.

thaar; vrij harde, vlakke, niet te korte vacht met ondervacht. Langhaar; het lichaam wordt bedekt door een lange, aanliggende, rechte, krachtige vacht met dichte en zachte ondervacht. Ruwhaar; harde, ruwe en warrelige dekharen met een zachte ondervacht

De Hollandse Herder kan gebruikt worden als herdershond en als gezinshond. Ook zijn ze zeer geschikt voor vele takken van hondensport zoals G&G, behendigheid, fly-ball, speuren, reddingshond en UV

De Hollandse Herder is aanhankelijk, gehoorzaam, trouw, betrouwbaar en waaks. Een consequente opvoeding is noodzakelijk, echter wel met een zachte Hij vraagt te allen tijde om duidelijke leiding. Ontbreekt die dan kan hij zelf de leiding nemen. De dieren zijn heel intelligent en leren enorm snel, dit maakt dat ze zich ook snel gaan vervelen, variatie in de dagelijkse training van de hond speelt hier dan ook een essentiele rol.

Schofthoogte
Reu 57 - 62 cm. Teef 55 - 60 cm

Verschijning
Een middelgrote hond.

Aard
Aanhankelijk, gehoorzaam.

Hoofd
Neus: recht.
Weinig stop.
Neus: zwart.

Ogen
Donker gekleurd
Middelgroot. Amandelvormig.

Oren
Klein.
Actie: straf staand.

Mond
Gebit: regelmatig. Schaargebit.

Voorhand
Gespierd.

Lichaam
Ribben: licht gewelfd.
Borst: diep.
Rug: kort, recht .
Lendenen: stevig.

Achterhand
Goed gespierd.
Geen hubertusklauwen.

Voeten
Gesloten.
Zwarte nagels.

Beweging
Vlot, soepel, normaal.

Staart
Rust: recht of hangend.
Lengte tot het hielbeen.
Actie: omhoog gedragen.

Kleur
Korthaar/langhaar:
Gestroomd met bruine ondergrond of op grijze ondergrond.
Veel zwart dekhaar is ongewenst. Bij voorkeur zwart masker.
Ruwhaar:
Blauwgrijs en peper- en zoutkleur.

Vacht
Korthaar:
Hard.
Langhaar:
Lang, recht.
Ruwhaar:
Dicht, hard

Fouten
Te veel wit aan borst of voeten, dan wel witte streep of vlek elders op het lichaam. Foutieve kleur of aftekening en te veel zwart dekhaar.
Niet zwarte neus.
Slaphangend of lepelvormig oor.
Over- en onderbijten.
Gecoupeerde oren of staart. Krulstaart.

NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\

Karakter

Schofthoogte
Reu 60 - 68 cm. Teef 55 - 63 cm.

Verschijning
Middelgrote hond.

Aard
Intelligent, trouw.

Hoofd
Snuit: tamelijk lang.
Neus: zwart. Leverkleurig bij lichtere vacht.

Ogen
Tamelijk groot.
Vorm: amandelvormig.
Kleur: geel - amberbruin, blauw. Soms tweekleurig van ogen.
Oogleden: zwart.

Oren
Groot. Rechtopstaande oren.

Mond
Gebit: schaargebit.
Lippen: zwart.

Hals
Gespierd.

Voorhand
Gespierd.

Lichaam
Borst: diep.
Rug: recht.
Lendenen: gespierd.

Achterhand
Lang, gespierd.

Voeten
Klein.

Beweging
Gemakkelijk.

Staart
Lang.

Kleur
Alle natuurlijke kleuren.

Vacht
Middelmatige lengte.

NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\