Over het ras
De Karelische Berenhond, alias Karelier, is afkomstig uit de grensstreek tussen Finland en Rusland. Het is de meest westelijke variant van de middelgrote keeshonden en werd oorspronkelijk gebruikt voor de jacht op beren. Het ras werd in 1946 door de Finse Kennel Club goedgekeurd. Daarna is de hond aangepast aan de jacht op elanden. Buiten de Scandinavische landen komt het ras zeer zelden voor.
bovenvacht is grof, recht en langer in de hals en aan de achterkant van de dijbenen. Dichte en zachte ondervacht.
Vroeger werd dit ras gebruikt bij de jacht op weerbaar wild (beer, eland, wild zwijn, lynx en wolf), dat ze moesten opsporen en bezighouden tot de jager kwam. Wordt in minder mate als gezelschapshond gehouden.
De Karelische Berenhond is een jachthond bij uitstek, zelfstandig en moedig. Is gereserveerd tegenover vreemden. Kan, indien goed opgevoed ene trouwe gezelschapshond zi
Schofthoogte
Reu: 54 -60 cm. Teef 49 -55 cm.
Gewicht
Reu 23 - 25 kg. Teef: 20 - 22 kg.
Verschijning
Sterk, stoer.
Aard
Moedig, afwachtend, jachthond.
Hoofd
Voorhoofd: licht gewelfd.
Snuit: hoog.
Neusrug: recht.
Neus: zwart.
Ogen
Klein.
Kleur: bruin.
Oren
Rechtop. Niet klein. Afgeronde punten.
Mond
Lippen: dun, sluitend.
Gebit: schaargebit.
Hals
Gespierd. Dikke vacht.
Voorhand
Voorbenen: sterk.
Schouders: gespierd.
Ellebogen: recht naar achteren.
Lichaam
Sterk.
Rug: recht.
Borst: breed.
Lendenen: breed, iets gewelfd.
Buik: iets opgetrokken.
Achterhand
Achterbenen: gespierd.
Dijen: breed.
Voeten
Compact.
Staart
Hoog aangezet. Gekruld op rug.
Kleur
Zwart met bruin.
Hoofd, nek, borst, benen: witte aftekeningen.
Vacht
Bovenvacht: dik, stug.
Nek, rug, dijen: lang.
Ondervacht: dicht, zacht.
Fouten
Skelet: zwak.
Schedel: smal.
Ogen: licht.
Borst: te diep.
Schouder, hakken: recht.
Voeten: plat.
Vacht: golvend.
Agressie.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\
Karakter
Schofthoogte
Reu 60 - 68 cm. Teef 55 - 63 cm.
Verschijning
Middelgrote hond.
Aard
Intelligent, trouw.
Hoofd
Snuit: tamelijk lang.
Neus: zwart. Leverkleurig bij lichtere vacht.
Ogen
Tamelijk groot.
Vorm: amandelvormig.
Kleur: geel - amberbruin, blauw. Soms tweekleurig van ogen.
Oogleden: zwart.
Oren
Groot. Rechtopstaande oren.
Mond
Gebit: schaargebit.
Lippen: zwart.
Hals
Gespierd.
Voorhand
Gespierd.
Lichaam
Borst: diep.
Rug: recht.
Lendenen: gespierd.
Achterhand
Lang, gespierd.
Voeten
Klein.
Beweging
Gemakkelijk.
Staart
Lang.
Kleur
Alle natuurlijke kleuren.
Vacht
Middelmatige lengte.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\