Over het ras
De Kleine Munsterlander is afkomstig uit Duistland. Het is een van de verschijningsvormen van de aloude Spioen, het bruinbonte jachthondje dat sinds eeuwen in West-Europa inheems is. In het begin van de 20e eeuw waren er niet veel exemplaren meer over, tot Edmund Lons zich interesseerde voor dit ras en een terugfokprogramma begon. De naam Heidewachtel, zoals deze hond eerst heette, werd in de jaren twintig van de vorige eeuw afgeschaft om verwarring met de Duitse Wachtel te voorkomen.
Oorspronkelijk gebruikt bij de jacht in de heidegebieden met grote bos- en moerasvlakten. Allround jachthond die dicht bij de jager blijft. Geschikt voor elk soort jacht en elk soort terrein. In minder mate als gezelschapshond gehouden
Schofthoogte
Reu 52 - 56 cm. Teef 50 - 54 cm.
Gewicht
15 kg.
Verschijning
Adelijk, sierlijk.
Hoofd
Licht gewelfd.
Schedel: niet te breed.
Snuit: krachtig, recht, lang.
Neus: bruin, vlekken niet otegestaan.
Ogen
Donker bruin.
Oren
Breed. Liggen tegen schedel.
Aanzet: hoog.
Mond
Lippen: goed aansluiten.
Hals
Niet te lang. Gespierd.
Voorhand
Borst: diep.
Benen: recht.
Lichaam
Rug: krachtig.
Buik: licht opgetrokken.
Lendenen: krachtig.
Achterhand
Benen: goed gehoekt.
Voeten
Rond, gebogen.
Staart
Laatste stukje mag gebogen gedragen worden.
Kleur
Bruin met wit, bruinschimmel.
Vacht
Glad.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\