Over het ras
Het kooikerhondje komt al sinds de 16e eeuw voor in Nederland als werkhond bij eendenkooien. Op schilderijen uit de 17e eeuw zijn door de Leidse schilder Jan Steen veelvuldig hondjes op schilderijen afgebeeld die erg veel lijken op de hedendaagse Kooikerhond met als enig verschil dat ze een kort (wellicht gecoupeerd) staartje hadden. Toch is het kooikerhondje pas sinds 1966 een erkend Nederlands ras. Op 18 juni 1966 werden de voorlopig officiele raspunten door de Raad van Beheer goedgekeurd. Echter pas in 1971 volgde de officiele erkenning en vanaf dat moment is de Kooikerhond een daadwerkelijk geregistreerd ras. Buiten Nederland worden komen weinig Kooikerhondjes voor.
De Kooiker is een kwieke, goed harmonisch gebouwde hond. De lengte van het lichaam is iets langer dan de hoogte, en hij valt op door de mooie oranjerode vlekken op een witte vacht. Hij heeft een vlotte en energieke gang. De leeftijdsverwachting van het Kooikerhondje ligt tussen de 12-13 jaar.
De prachtige langharige gladde witte vacht heeft gelijkmatige warm oranjerode vlekken op de romp. Kenmerkend voor de Kooikerhond zijn de zwarte “oorbellenâ€, dat is de zwarte beharing die alleen aan de oorpunten te vinden is. De verzorging bestaat uit een regelmatige kam- en borstelbeurt
De vacht is overwegend wit met gelijkmatige warm oranjerode vlekken, deze zijn verdeeld over het lichaam. Aan de oorpunten horen de kenmerkende zwarte “oorbellen†te zitten. De ondervacht van de Kooiker is goed ontwikkeld. Zwart/bont of driekleurig worden uitgesloten.
Leucodystrofie, ook wel Kooikerverlamming genoemd, komt voor. Vroeger werd aangenomen dat dit een rasgebonden afwijking zou zijn. Er is na onderzoek echter gebleken dat deze aandoening ook bij andere honden (en ook mensen) voorkomt. De ziekteverschijnselen openbaren zich veelal voor de 1e verjaardag, alhoewel de verschijnselen met medicijnen kunnen worden behandeld is het ziekteproces onomkeerbaar, en uiteindelijk dodelijk. Incidenteel komt epilepsie en Patella Luxatie voor.
De opgewekte Kooiker is een altijd vrolijke en zeer werklustige hond. Hij is dol op bal- en zoekspelletjes. Hij begrijpt snel wat er van hem wordt verwacht en hij is zeer leergierig. De Kooiker is aanhankelijk en kan goed met kinderen en andere huisdieren overweg. Hij heeft flink wat beweging nodig, krijgt ook graag opdrachtjes. Over het algemeen past het Kooikerhondje zich gemakkelijk aan en is waaks zonder luidruchtig te z
Schofthoogte
35 - 40 cm.
Gewicht
9 - 11 kg.
Verschijning
Levendig.
Aard
Vriendelijk, vrolijk.
Hoofd
Schedel: breed.
Stop: duidelijk.
Neus: zwart.
Ogen
Vorm: amandel.
Kleur: donkerbruin.
Oren
Niet te groot. Naast hoofd gedragen.
Wit niet toegestaan.
Mond
Gebit: schaargebit. Tanggebit is toegestaan.
Hals
Gespierd.
Voorhand
Borst: diep.
Voorbenen: recht, gespierd.
Lichaam
Ribben: gewelfd.
Rug: sterk.
Achterhand
Achterbenen: gespierd.
Sprong: gehoekt.
Voeten
Klein, compact.
Tenen: gesloten.
Beweging
Soepel, vlot.
Staart
Horizontaal.
Niet gekruld.
Witte pluim.
Kleur
Witte vacht met oranje-rode platen. Bles.
Niet toegestaan: zwart, bont.
Vacht
Golvend, lang. Ondervacht.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\