Over het ras
De Kromfohrlander werd na de 2e wereldoorlog, in 1955, ontdekt toen uit een dekking tussen een Duitse draadharige Fox Terrierteef en een Bretonse Griffonreu een drietal generaties van een hondeslag was ontstaan. Deze uitermate mooi gekleurde bastaardhondjes vormden de basis voor jaren van doelbewust en selectief fokken. Uiteindelijk ontstond de middelgrote ruwharige Kormfohrlander in het Siegenland, alwaar het ras ook zijn erkenning kreeg. De Kromfohrlander is een echte jachthond, en word nog steeds alszodanig in het land van herkomst gebruikt. Buiten Duitsland kwam het ras een tijd lang niet voor, maar inmiddels wint het ras ook terrein in andere delen van de wereld. Onder meer in Zwitserland en de Scandinavische landen geniet de Kromfohrlander meer en meer populariteit.
De Kromfohrlander valt onder de middelgrote honden. Hij is ruwharig en krachtig gebouwd, zijn lichaam is iets langer dan dat het hoog is. De Kromfohrlander heeft een elegant voorkomen en een waakzame opmerkzaamheid. De oren en de staart mogen niet gecoupeerd worden, hedendaags gebeurt dit uberhaupt nauwelijks meer. Vroeger werd dit nog wel eens gedaan, bij de Kromfohrlander betekende dat uitsluiting. De leeftijdsverwachting van dit ras is ongeveer 13-14 jaar.
De Kromfohrlander heeft een fraai gekleurde ruwharige vacht die niet getrimd mag worden. Het haar is kort enigszins draadharig, hij heeft een kleine sik en op de achterhand hoort het haar iets langer te zijn dan elders op het lichaam. De verzorging bestaat uit een ongeveer wekelijkse borstelbeurt
Wit met verschillende tinten bruin die in vlekken om de ogen, oren en op de rug liggen. De voorkeur gaat uit naar hondjes met een, door een witte streep verdeelde, zadelvlek op de rug. De aanzet van de staart behoort bruin te zijn.
Monorchisme (hierbij ontbreekt 1 zaadbal) of Cryptorchisme (hierbij dalen de testikels niet in en zijn de zaadballen nooit voelbaar geweest in het scrotum). Gebitsproblemen komen voor.
De sociale Kromfohrlander is speels en zeer vrolijk. Deze temperamentvolle spring in ‘t veld heeft regelmatig beweging nodig. Hij is zeer waaks op eigen terrein en hij is aanhankelijk en gehoorzaam naar de baas
Schofthoogte
38 - 46 cm.
Gewicht
12 kg.
Verschijning
Middelgrote hond.
Aard
Waaks.
Hoofd
Lang.
Schedel: vlak.
Neus: recht, zwart.
Ogen
Middelgroot.
Vorm: ovaal.
Kleur: donker.
Oren
Aanzet: hoog.
Vorm: driehoekig.
Mond
Lippen: zwart.
Gebit: schaargebit.
Voorhand
Recht. Gespierd.
Lichaam
Rug: recht.
Lendenen: iets gewelfd.
Buik: opgetrokken.
Achterhand
Recht. Gespierd.
Voeten
Gewelfd.
Tenen: gesloten.
Beweging
Soepel.
Staart
Matig lang. Licht gebogen.
Kleur
Basiskleur: wit met een lichtbruine tot donkerbruine aftekening, bles op hoofd.
Gewenst: vlekken op lichaam en een zadel.
Vacht
Kort.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\