Over het ras
De Noorse Lundehund is een Noors jachthondenras met een zeer gespecialiseerde taak: het levend vangen en apporteren van de papegaaiduiker, die nestelt en leeft in spleten op de klippen. Tegenwoordig is de papegaaiduiker een beschermde vogelsoort en wordt dus niet meer bejaagd. Het ras komt van de eilanden Vaeroj en Rost in de buurt van de Lofoten. Tevens is het ras een zoologische rariteit omdat het, voor zover bekend, als enig hondenras, 6 volgroeide tenen aan elke voet heeft (dubbele hubertusklauw). De hond kan bovendien zijn gehoorgangen volledig afsluiten door zijn oren dubbel te vouwen en zijn benen zijwaarts naar buiten uitslaan, om te kunnen manoeuvreren op de stijlen kliffen. Na de Tweede Wereldoorlog waren er nog maar weinig honden van dit ras over, maar door een fokprogramma is men erin geslaagd dit ras van uitsterving te behoeden. Tegenwoordig wordt de Noorse Lundehund ook in andere landen dan Noorwegen aangetroffen, in geringe getallen
Verschijning
Kleine hond.
Hoofd
Stop: duidelijk.
Ogen
Kleur: geel-bruin.
Oren
Staand.
Aanzet: breed.
Mond
Gebit: schaargebit. Tanggebit en onderbeet zijn toegestaan.
Hals
Niet te lang.
Voorbenen
Recht, gespierd.
Lichaam
Lang.
Rug: recht, gespierd.
Achterhand
Gespierd.
Staart
Kort.
Aanzet: hoog.
Staartpunt op rug of hangend in een boog.
Voeten
Minimaal zes tenen per voet.
Tenen: gebogen.
Vacht
Ondervacht: dik.
Bovenvacht: ruw, lang.
Kleur
Grijs, bruin met wit.
Fouten
Staart: gekruld.
Diskwalificerende fouten
Aard: agressie.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\