Alles over honden: rassen, opvoeding en gezondheid Onafhankelijk · Een site van Petmedia

Over het ras

De Old English Sheepdog, een van de oudste herdershonden van Engeland, is ontstaan in het zuidwesten van Engeland, uit kruisingen met de Russische Owcharki, de Poolse Owczarek Nizinny en de Briard. De eerste rasvereniging, voor de Old English Sheepdog, werd in 1888 in Engeland opgericht en de standaard is in de loop van de tijd weinig veranderd. Het ras werd gebruikt als beschermer van de kudden en later als veedrijver en als schapenhoeder. Later veranderde de veeteelt echter en het ras ontwikkelde zich tot een opvallende gezelschap- en tentoonstellingshond. De naam Bobtail heeft de hond te danken aan het feit dat hij geen staart heeft

De Old English Sheepdog luistert goed, is niet erg waaks, intelligent, gelijkmatig en betrouwbaar. De dieren zijn onstuimig en speels. Bij een consequente leiding is dit ras een fijne gezinshond. Kan goed met kinderen overweg en heeft ene stabiel karakter.

De Old English Sheepdog is al zolang als hij bestaat een hond van herders geweest, vanwege zijn bekwaamheid in het terugbrengen en hoeden van schapen. Er wordt over het algemeen aangenomen dat de Old English Sheepdog ontstaan is uit de Scottish Bearded Collie. Sommigen zullen volhouden dat hij afstamt van de Russische Owtchar, meegenomen door zeelui uit de Baltische staten. En weer anderen menen dat de Old English Sheepdog verwant is aan de Barbone en de Deerhound, of aan de Briard en de Bergamasco.

De Old English Sheepdog is over het algemeen gezond, maar heeft soms een aanleg tot het krijgen van heupdysplasie en grauwe staar. Vanwege de dikke vacht is een warm klimaat niet geschikt voor de Old English Sheepdog. Kou echter kan deze hond goed doorstaan, vandaar dat hij ook wordt gebruikt om rendieren te hoeden in de poolstreken. De Old English Sheepdog kan drager zijn voor het recessieve gen dat Ataxia veroorzaakt. Maar wanneer slechts een van de ouders dit gen heeft, zullen de puppies gezond zijn. De andere ziektes waartoe de Old English Sheepdog een aanleg heeft zijn het syndroom van Wobbler en de Ziekte van Von Willebrand.

De levensverwachting van de Old English Sheepdog ligt rond de 10 tot 12 jaar.

De Old English Sheepdog is een beminnelijk huisdier, hij is actief, speels en slim. Van enkele generaties terug werd gezegd dat de honden woest en onbetrouwbaar zouden zijn, maar deze kenmerken zijn tegenwoordig niet meer aanwezig. De Old English Sheepdog is een zachtaardig, lief en beminnelijk knuffeldier. Gelijkmatig gehumeurd en zich aanpassend, maar ook intelligent, betrouwbaar en beschermend. De Old English Sheepdog is een erg aan huis gebonden hond. Hoewel deze honden deel uit maken van het gezin, willen ze ook graag eens op zichzelf zijn. Omdat ze behoorlijk koppig kunnen zijn, moeten ze met vaste hand worden afgericht. De Old English Sheepdog is gehoorzaam en zeer goed in het hoeden, maar heeft de neiging om al te onafhankelijk te zijn. Motivatie werkt het best.

De harde, langharige vacht is een van de meest opvallende kenmerken van de Old English Sheepdog. Dit ras verhaart gewoonlijk hevig in de lente. De vacht moet dagelijks worden geborsteld om te voorkomen dat de haren gaan vervilten en dit ras wordt beschouwd als een van de rassen die vachtverzorging nodig hebben. Voor de verzorging van de vacht gebruikt men een slicker brush en een metalen kam; gebruik deze voorzichtig, omdat de Old English Sheepdog een dichte, waterbestendige ondervacht heeft. Het baden van deze honden is vaak alleen al vanwege hun formaat een beproeving. Sommige eigenaren knippen de vacht vier keer per jaar om het haar op een beheersbare lengte te houden. Het is een kostbare aangelegenheid om een goed verzorgde Old English Sheepdog te hebben.\

Schofthoogte
Reu vanaf 61 cm. Teef vanaf 56 cm.
Gewicht
± 30 kg.

Verschijning
Groot, sterk, volle vacht.

Aard
Enorm uithoudingsvermogen, trouw.

Hoofd
Schedel: ruim.
Stop: duidelijk.
Neus: zwart, groot.

Ogen
Staan uit elkaar.
Kleur: donker, evtueel 2 blauwe ogen.
Niet gewenst: lichte oogkleur.

Oren
Klein.Plat tegen hoofd.

Mond
Kaken: sterk.
Tanden: groot, sterk.
Gebit: schaargebit.
Niet wenselijk: tanggebit.

Hals
Lang, sterk.

Voorhand
Voorbenen: recht.

Lichaam
Kort, gedrongen.
Ribben: goed gewelfd.
Borstkas: ruim, diep.
Lendenen: sterk, breed, iets gebogen.

Achterhand
Dijen: gespierd, rond.
Kniegewricht: gebogen.

Voeten
Rond, klein.
Tenen: gebogen.
Voetkussens: dik, hard.

Beweging
Soepel.

Staart
Aanzet: laag.
Niet gekruld, niet op rug gedragen.
Nederland: staart niet gecoupeerd.
Groot-Brittanië: geoupeerde staart of staartloos van nature.

Kleur
Grijs, grauw, blauw
Niet gewenst: bruin.

Vacht
In overvloed.
Hard, ruig.

NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\

Beschrijving

td>| FCI nummer: | 016 | | Rasgroep: | Herdershonden en Veedrijvers | | Sectie: | Herdershonden | | Rasvereniging: | Old English Sheepdog Club Nederland | | Land van herkomst: | Engeland | | Schofthoogte: | reu:  cm | | Gewicht: | reu:  kg | | Omschrijving: | |

Copyright    Kennels.nl 2007    -    Alle rechten voorbehouden       Design: Demidind                                                                  Contact

Karakter

Schofthoogte
Reu 60 - 68 cm. Teef 55 - 63 cm.

Verschijning
Middelgrote hond.

Aard
Intelligent, trouw.

Hoofd
Snuit: tamelijk lang.
Neus: zwart. Leverkleurig bij lichtere vacht.

Ogen
Tamelijk groot.
Vorm: amandelvormig.
Kleur: geel - amberbruin, blauw. Soms tweekleurig van ogen.
Oogleden: zwart.

Oren
Groot. Rechtopstaande oren.

Mond
Gebit: schaargebit.
Lippen: zwart.

Hals
Gespierd.

Voorhand
Gespierd.

Lichaam
Borst: diep.
Rug: recht.
Lendenen: gespierd.

Achterhand
Lang, gespierd.

Voeten
Klein.

Beweging
Gemakkelijk.

Staart
Lang.

Kleur
Alle natuurlijke kleuren.

Vacht
Middelmatige lengte.

NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\