Alles over honden: rassen, opvoeding en gezondheid Onafhankelijk · Een site van Petmedia

Over het ras

Oost-Siberische Laika is een van de zes Laika typen die men in Rusland onderscheidt. Drie daarvan worden door de FCI erkend; daarvan is de Oost-Siberische Laika, jachthond in de taiga, de minst bekende. Hij stamt af van de keeshonden rond het poolgebied van het westelijke Jenisey tot de Stille Oceaan in het oosten. De huidige rasbeschrijving stamt uit 1981.

Wordt gebruikt voor de jacht op pelsdieren, bosvogels en groot wild. De Siberische beroepsjagers gebruiken hem bovendien vaak als trekhond op hun maandenlange jachtreizen.

Schofthoogte
Reu 55-63 cm. Teef 53-61 cm.

Verschijning
Sterk en gespierde hond.

Hoofd
Wigvormig, brede schedel.
Neus: zwart; in witte of zandkleurige honden: bruine neuzen.

Ogen
Niet groot, ovaal, schuin geplaatst.

Oren
Driehoekig van vorm.
Donker van kleur.

Mond
Lippen: droog, strak aansluitend.
Tanden: wit, schaargebit.

Hals
Gespierd.

Voorhand
Recht en gespierd.

Lichaam
Lendenen: breed, gespierd, licht gebogen.
Kruis: breed.
Borst: diep, breed, gespierd.
Buik: licht opgetrokken.

Achterhand
Recht en gespierd.

Voeten
Bijna rond. Evt. wolfsklauwen.

Staart
Sikkelstaart: rechtop of gekruld. Ringstaart: leunt op de billen.

Beweging
Typische beweging: galop, afgewisseld met draf.

Kleur
Peper en zout, wit, grijs, zwart, rood en bruin.

Vacht
Bovenvacht: lang, ruw, dicht.
Kraag: bij nek en schouders.
Ondervacht: zacht en dicht.

NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\