Over het ras
De Samojeed is van oorsprong een polaire keeshond die bij de Samojeden woonde, een nomadenvolk dat langs de kust van de Noordelijke IJszee leefde. De Samojeden gebruikten hun honden niet alleen als trekhonden, maar ook als rendierherdershonden en waakhonden. In 1696 maakte Adam Brand al melding, van witte honden die gebruikt werden om sleden te trekken. In Engeland, in het National Gallery, hangen schilderijen van Thomas Cainsborough (1727-1788). Daarop staan honden afgebeeld die zeer veel overeenkomst vertonen meet de huidige Samojeed. 1909 werd in Engeland door de Engelse Kennel Club de Samojeed als rashond erkend. In 1932 werd de Nederlandse Samojeden Club opgericht en erkend door de Raad van Beheer. In Nederland kreeg het ras grotere bekendheid doordat koningin Wilhelmina twee nesten Samojeden fokte. De Samojeed wordt in grote delen van de wereld erg gewaardeerd als tentoonstellings- en gezelschapshond.
te, zachte, dichte ondervacht en een langere bovenvacht met hard en recht haar. Langer haar in de kraag, op de staart en als broek
ver wit, creme, of wit met biscuit. De basiskleur is wit met enkele biscuit tekening. De vacht mag niet de indruk wekken lichtbruin te zijn.
De Samojeed is een hondenras dat door een Siberische nomadische stam met dezelfde naam gebruikt werd om sleden te trekken. Deze hond is eeuwenlang gebruikt om te hoeden en te bewaken. In 1889 heeft Robert Scott, een ontdekkingsreiziger, enkele van deze honden mee naar Engeland genomen. De Engelsen hebben het ras ontwikkeld en over de hele wereld verspreid.
De Samojeed is oorspronkelijk een werkhond, maar tegenwoordig heeft hij een andere reputatie. Tegenwoordig is dit een modieuze showhond en een gewaardeerde gezelschapshond. Maar in de poolstreken wordt dit ras nog steeds als sledehond gebruikt.
Deze hond is een vriendelijk en beminnelijk dier, met een zachtaardige manier van doen en hij is een zeer goede gezelschapshond. Deze hond is zeer rustig, vreedzaam en goedgemanierd. Dit trouwe dier heeft de neiging om een sterke band te ontwikkelen met één persoon, die hij dan totaal toegewijd is. Maar toch is de Samojeed vriendelijk tegen iedereen en houdt hij van iedereen.
De Samojeed is een gelijkmatig gehumeurd dier met een speelse aard en een vriendelijke attitude en hij is tegen iedereen graag vriendelijk. Deze honden verwelkomen zelfs indringers vriendelijk, door hun vriendelijke aard zijn het dan ook slechte waakhonden. Maar de Samojeed kan wel goed blaffen en zal zijn eigenaar op die manier attenderen op de aanwezigheid van buitenstaanders.
De Samojeed is een uitstekende gezinshond en hij kan zeer lief tegen de kinderen en andere gezinsleden zijn. Deze zeer intelligente hond houdt er niet van om afgericht te worden. Strenge en barse gehoorzaamheidstraining wordt voor dit ras niet aanbevolen. Uiteindelijk zullen deze honden wel reageren op een geduldige en gevoelige manier van trainen op jonge leeftijd.
Deze honden hebben de neiging om zich een één eigenaar te hechten en belonen dergelijke relaties met grote trouw en uitstekende manieren. Het is een sociale hond met een vriendelijk aard, maar indien nodig kan hij een tegenstander goed aan. Deze hond kauwt erg enthousiast en wanneer hij alleen gelaten wordt kan hij destructief worden. Deze honden worden beter niet bij kleine andersoortige dieren in de buurt gelaten.
De normale levensverwachting voor de Samojeed is 12 tot 14 jaar.
De Samojeed heeft een aanleg tot het krijgen van heupdysplasie. Sommige exemplaren kunnen diabetes krijgen. Dit ras heft ook een aanleg tot het krijgen van huidallergieën en de mannelijke exemplaren kunnen PRA krijgen.
De Samojeed kan binnenshuis actief zijn en kan het op een appartement goed doen, mits hij voldoende beweging krijgt. Omdat deze honden een dikke vacht hebben, kunnen ze niet goed in hete klimaten leven.
Deze hond gaat in de rui en heeft een dikke vacht, daarom heeft hij veel verzorging nodig. De vacht moet regelmatig worden geborsteld en deze hond moet af en toe gebaad worden.\
Schofthoogte
Reu 54 - 60 cm. Teef 50 - 56 cm.
Hoofd
Schedel: breed.
Stop: duidelijk.
Neus: recht, zwart.
Ogen
Kleur: donkerbruin.
Oren
Aanzet: hoog.
Vorm: driehoek.
Mond
Lippen: droog, zwart.
Gebit: schaargebit.
Voorhand
Gespierd. Recht.
Lichaam
Ribben: goed gewelfd.
Rug: rechte.
Lendenen: gespierd.
Achterhand
Gespierd.
Voeten
Vorm: ovaal
Staart
Rust: laa gedragen.
Actie: over de rug gedragen.
Vacht
Dik, dicht.
Ondervacht: kort, dicht.
Bovenvacht: lang.
Kleur
Wit, roomkleur, wit - lichtbruin.
De hoofdkleur moet altijd wit zijn.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\
Beschrijving
De Samojeed is van oorsprong een polaire keeshond die bij de Samojeden woonde, een nomadenvolk dat langs de kust van de Noordelijke IJszee leefde. De Samojeden gebruikten hun honden niet alleen als trekhonden, maar ook als rendierherdershonden en waakhonden. In 1696 maakte Adam Brand al melding, van witte honden die gebruikt werden om sleden te trekken. In Engeland, in het National Gallery, hangen schilderijen van Thomas Cainsborough (1727-1788). Daarop staan honden afgebeeld die zeer veel overeenkomst vertonen meet de huidige Samojeed. 1909 werd in Engeland door de Engelse Kennel Club de Samojeed als rashond erkend. In 1932 werd de Nederlandse Samojeden Club opgericht en erkend door de Raad van Beheer. In Nederland kreeg het ras grotere bekendheid doordat koningin Wilhelmina twee nesten Samojeden fokte. De Samojeed wordt in grote delen van de wereld erg gewaardeerd als tentoonstellings- en gezelschapshond.
te, zachte, dichte ondervacht en een langere bovenvacht met hard en recht haar. Langer haar in de kraag, op de staart en als broek
ver wit, crème, of wit met biscuit. De basiskleur is wit met enkele biscuit tekening. De vacht mag niet de indruk wekken lichtbruin te zijn.