Over het ras
De Slovensky Cuvac, een oud ras, is ontstaan in het Tatragebergte tussen Slowakije en Polen. Hier fungeert dit ras al honderden jaren als waak- en herdershond. Dit moedige ras stond er om bekend om grote predatoren als de wolf, die de kudden bedreigen, onverschrokken aan te vallen. Cuvac betekend luisteren in het Slowaaks. De voorouders van de Slovensky Cuvac zijn de grote Aziatische herdershonden. Er is veel verwantschap met rassen als de Berghond van de Maremmen en Abruzzen en Kuvasz. Dit ras werd in 1964 door de FCI erkend. Het is een typische gebruikshond, in het land van oorsprong, die men nog niet veel ziet in Nederland.
vacht is dicht, met dekhaar en onderhaar. Het dekhaar is 5 - 15 cm lang, de onderwol is fijn en weelderig. De vacht is licht golvend
De Slovensky Cuvac is zeer moedig, schrander, alert, waaks, levendig en trouw. Hij is zeer geschikt als werkhond. De meningen zijn echter verdeeld of dit een goede gezinshond kan zijn.
Schofthoogte
Reu 62 - 70 cm. Teef 59 - 65 cm.
Aard
Trouw.
Hoofd
Neus: recht.
Snuit: zwart.
Stop: matig.
Ogen
Kleur: donkerbruin.
Vorm: ovaal.
Ogen
Oogleden: zwart.
Oren
Aanzet: hoog.
Mond
Gehemelte: zwart.
Gebit: schaargebit.
Voorhand
Recht.
Lichaam
Borst: breed.
Rug: recht.
Lendenen: iets gewelfd.
Achterhand
Gespierd.
Voeten
Middelvoet: kort.
Vorm: rond.
Hubertusklauwen zijn niet gewenst.
Staart
Aanzet: laag.
Rust: laag. Actie: boven lendenen.
Gangwerk
Vloeiend.
Vacht
Dicht.
Ondervacht: wollig.
Bovenvacht 5 - 15 cm lang.
Kleur:
Wit.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\