Over het ras
De Tibetaanse Terrier is ontstaan in Tibet, waar dit ras bijna twintig eeuwen geleden gefokt werd in de kloosters van de Lama's. De Tibetaanse Terrier ontwikkelde zich gedurende vele eeuwen, waarbij hij het extreme klimaat en het moeilijke terrein van Tibet overleefde. De Tibetaanse Terrier hoort niet tot de familie van de Terriers, maar is een oude Tibetaanse hoedende hond. Dit ras is "Terrier" genoemd omdat zijn formaat veelvuldig werd geassocieerd met de Terriers. Deze hond ziet er echter meer uit als een schapenhond. Dit oude ras heeft een bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van alle andere Tibetaanse rassen.
In Tibet werden de Tibetaanse Terriers gewaardeerd als gezelschapshonden en ze werden als kinderen van het gezin behandeld. Hoewel deze honden graag meehielpen in de zorg voor het bezit, de kuddes en het vee van hun familie, werden ze niet als werkhonden opgevoed. Dit ras is zuiver gehouden, omdat de Tibetanen geloofden dat het kruisen de familie en het hele dorp ongeluk zou brengen. De Tibetaanse Terriers werden beschouwd als geluksbrengers en heilige honden en werden wel vaak geschonken aan anderen, maar nooit verkocht. Deze honden kwamen buiten Tibet, toen ze aan reizigers die de gevaarlijke reis naar Tibet ondernamen geschonken werden, om ze te beschermen op hun terugreis. De Engelse dokter Agnes Greig heeft de Tibetaanse Terrier in het Westen geïntroduceerd. Zij heeft een paar honden mee naar Engeland genomen, die zij had gekregen van haar patiënten en van de dalai Lama zelf. En zij is in Engeland een kennel voor Tibetaanse Terriers begonnen. De eerste "officiële" Tibetaanse Terrier is in 1956 in de Verenigde Staten gearriveerd. In dat land dient deze hond vooral als huisdier en als gezelschapshond.
De Tibetaanse Terrier hoort tot de groep van niet-jagende honden en hij is een aantrekkelijke, harige, kleine hond, die toegewijd is aan zijn eigenaar en aan kinderen. De Tibetaanse Terrier is een volhardende en behulpzame hond. Hij is lief, zachtaardig en beminnelijk en hij houdt ervan om in het gezelschap van mensen te zijn. De Tibetaanse Terrier is levendig, mild en houdt van plezier, maar kan enigszins koppig zijn. Deze hond kan voorzichtig en op zijn hoede zijn voor onbekenden. Door zijn grote behendigheid en uithoudingsvermogen is de Tibetaanse Terrier een zeer betrouwbare waakhond.
De Tibetaanse Terrier heeft een gemiddelde levensverwachting van 12 tot 15 jaar. Dit ras kan zeer gevoelig zijn voor vlooien. Bij het toepassen van anesthesie moet men zeer voorzichtig zijn, omdat deze honden de aanleg hebben om op een eigenaardige manier te reageren op anesthesie. Hierdoor reageren deze honden op een ongewone manier op de normaal gebruikte anesthesie, waarbij ze soms komen te overlijden. Sommige honden van dit ras hebben een aanleg voor grauwe staar en andere minder ernstige oogproblemen.
De vacht van de Tibetaanse Terrier moet regelmatig worden verzorgd om hem vrij van knopen te houden. Een slicker brush en een metalen kam zijn geschikt om het haar goed te kammen. De nagels moeten worden geknipt en de oren moeten regelmatig worden schoongemaakt.\
Schofthoogte
Reu 35 -41 cm. Teef 33 - 39 cm.
Gewicht
Reu: 10 - 14 kg. Teef 8 - 11 kg.
Verschijning
Middelgroot, stevig.
Vastberaden uitdrukking.
Aard
Trouw, levendig, waakzaam, speels, afwachtende houding t.o.v. vreemden.
Hoofd
Lang haar over de ogen.
Schedel: niet te lang, loopt van oor naar oog versmallend.
Neus: zwart.
Snuit: sterk.
Ogen
Rond, groot. Staan ver uit elkaar.
Kleur: sonker bruin met zwarte oogranden.
Oren
Hangen. niet te dicht bij het hoofd.
V-vormig, niet groot.
Mond
Onderkaak: goed ontwikkeld.
Gebit: snijtanden in lichte boog. Schaar- /omgekeerd schaargebit.
Voorhand
Volle vacht.
Schouders: goed geplaatst.
Voorbenen: recht.
Middenvoetsbeentjes: staan iets schuin.
Lichaam
Gespierd, krachtig, compact.
Rug: vlak.
Lendenen: licht gebogen, kort.
Croupe: vlak.
Achterhand
Volle vacht.
Kniegewricht: goed gehoekt.
Spronggewricht: laag geplaatst.
Voeten
Rond, groot.
Volle vacht.
Voetzolen: staan op de grond.
Beweging
Vlot, krachtig.
Staart
Nogal hoog aangezet.
Met vrolijke krul op rug gedragen.
Volle vacht.
Toegestaan: knik bij de punt.
Kleur
Wit, créme, grijs,zwart, goud-geel, twee-, driekleurig.
Niet toegestaan: bruin en lever.
Vacht
Dubbelde vacht.
Ondervacht: fijn.
Bovenvacht: lang, recht, eventuee
Beschrijving
e Terriër| FCI nummer: | 209 | | Rasgroep: | Gezelschapshonden | | Sectie: | Tibetaanse rassen | | Rasvereniging: | Tibetaanse Terrier Club Nederland | | Land van herkomst: | Tibet | | Schofthoogte: | reu: cm | | Gewicht: | reu: kg | | Omschrijving: | |
Copyright Kennels.nl 2007 - Alle rechten voorbehouden Design: Demidind Contact
Karakter
Schofthoogte
Reu 60 - 68 cm. Teef 55 - 63 cm.
Verschijning
Middelgrote hond.
Aard
Intelligent, trouw.
Hoofd
Snuit: tamelijk lang.
Neus: zwart. Leverkleurig bij lichtere vacht.
Ogen
Tamelijk groot.
Vorm: amandelvormig.
Kleur: geel - amberbruin, blauw. Soms tweekleurig van ogen.
Oogleden: zwart.
Oren
Groot. Rechtopstaande oren.
Mond
Gebit: schaargebit.
Lippen: zwart.
Hals
Gespierd.
Voorhand
Gespierd.
Lichaam
Borst: diep.
Rug: recht.
Lendenen: gespierd.
Achterhand
Lang, gespierd.
Voeten
Klein.
Beweging
Gemakkelijk.
Staart
Lang.
Kleur
Alle natuurlijke kleuren.
Vacht
Middelmatige lengte.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\