Alles over honden: rassen, opvoeding en gezondheid Onafhankelijk · Een site van Petmedia

Over het ras

De Vizsla komt voor in twee varieteiten, de korthaar en de draadhaar, waarbij de kortharige varieteit verreweg het langst bestaat. Ongeveer 1500 jaar geleden in Azie ontstaan. In de 9e eeuw vestigde zich een Aziatisch nomadenvolk, de Magyaren, in Hongarije. Zij hadden honden bij zich, die veel overeenkomst vertoonden met de tegenwoordige Vizsla. Het huidige type werd verkregen door kruisingen van inheemse Brakken en uit Turkije meegebrachte Vogelhonden, de Duitse Zweethonden en verscheidene andere Staande Honden. Tijdens en na de Eerste Wereldoorlog ondervond het ras grote moeilijkheden en pas na de Tweede Wereldoorlog werd de situatie voor dit ras stabiel. Door een tekort aan buitenlandse valuta werden echter veel honden aan het buitenland verkocht, wat grote invloed heeft gehad op zowel het aantal als de kwaliteit. Het ras heeft nu een stabiele basis in het vaderland en in het buitenland. De Vizsla is een allround jachthond, maar hij wordt voornamelijk gebruikt als staande en apporterende vogelhond.

De Vizsla is een middelmatig grote hond en heeft een zeer gedistingeerde verschijning. Stevig maar tamelijk licht gebouwd. Beweegt met adel en gratie.

De Vizsla is een oude Hongaars jachthond. Deze hond is ook bekend als de Hungarian Pointer, de Hungarian Vizsla en de Magyar Vizsla . De Hongaarse naam "Vizsla" betekent "pointer". Deze honden werden gebruikt om op vogels en hazen te jagen op de vlaktes van Hongarije. Dit ras stamt waarschijnlijk af van twee oude hondenrassen: de Transylvanian hound en de Turkish Yellow Dog (uitgestorven). Op etsen uit de tiende eeuw komt een hondenras voor dat op de Vizsla lijkt, en er zijn manuscripten uit de veertiende eeuw die de op de mogelijke aanwezigheid van deze honden duiden. Dit ras was na de Tweede Wereldoorlog bijna uitgestorven, gered door een aantal Hongaren en opnieuw ontwikkeld. Uit angst dat de Russen , toen ze Hongarije waren binnengevallen, alle Vizsla honden zouden doden, hebben enkelen deze honden het land uit gesmokkeld en naar Oostenrijk en andere landen gebracht, waaronder ook de Verenigde Staten. Enkele exemplaren van dit ras leven in Italië, Duitsland, Tsjechië, Slowakije, Turkije en Zuid Rusland. Dit ras kwam niet in grote aantallen voor in de periode tussen de twee wereldoorlogen en was in Hongarije na de Tweede Wereldoorlog mindere bekend. De Vizsla is in de jaren vijftig van de twintigste eeuw naar de Verenigde Staten gebracht.

De beminnelijke, open en vriendelijke Vizsla is soms eigenzinnig en afgeleid, maar wel slim en opvoedbaar. Deze hond is in staat zich snel aan het familieleven aan te passen en kan het over het algemeen goed vinden met andere honden. De Vizsla staat bekend als een hond die veel kauwt. Dit ras is niet geschikt voor een eigenaar die de voorkeur geeft aan een kalme hond. De latenten van de Vizsla omvatten spoorzoeken, apporteren, aanwijzen, waken en competitieve gehoorzaamheid. De Vizsla heeft de reputatie van een goede apporteerhond te zijn en is met zijn uitstekende neus een goede wild en vogel jager en pointer, zelfs op moerassig terrein. De Vizsla is een intelligente, goed af richten, evenwichtige, gehoorzame en aanhankelijke hond. Het is een vriendelijke hond, maar hij heeft een goed ontwikkeld beschermend instinct.

De Vizsla heeft een gemiddelde levensverwachting van 12 tot 15 jaar. Tot de gezondheidsproblemen die bij dit ras voorkomen horen verschillende huid en oogproblemen, heupdysplasie, een neiging tot het krijgen van tot artritis, navelbreuk en epilepsie.

De gladde, kortharige vacht van de Vizsla is makkelijk te verzorgen. Borstel met een stevige bristle brush en gebruik eens in de zoveel tijd droogshampoo. Baden met een milde zeep wanneer noodzakelijk. Houdt de nagels goed bij met knippen. De Vizsla verhaart gemiddeld. Regelmatig borstelen zal het verharen beperken.\

Schofthoogte
Reu 58 -64 cm. Teef 54 - 60 cm.

Gewicht
Reu 26 - 30 kg. teef 22 - 26 kg.

Verschijning
Kortharig of draadharig.
Middelgrote hond.

Aard
Vriendelijk, leergierig, goed af te richten.

Hoofd
Schedel: iets gewelfd.
Stop: matig.
Bek: stomp.
Neus: recht

Ogen
Middelgroot.
Vorm: ovaal.
Kleur: bruin.

Oren
Hangend tegen wangen.

Mond
Kaken: gespierd.
Lippen: gesloten.
Gebit: schaargebit.

Hals
Niet te lang. Gespierd.

Voorhand
Recht.
Schouder: lang, gespierd.

Lichaam
Gespierd.
Borst: gespierd, diep, breed.
Ribben: iets gewelfd
Rug: gespierd, recht.
Lendenen: kort, gespierd, breed.
Croupe: breed.

Achterhand
Recht.
Dij: gespierd, lang.

Voeten
Vorm: ovaal.
Tenen: dicht tegen elkaar aanliggend, gespierd, sterk.

Staart
Korthaar:
Aanzet: laag.
Draadhaar:
Aanzet: middelhoog.
Actie: staart wordt horizontaal gedragen.

Beweging
Elegant.

Huid
Glad, geen lpooien.

Vacht
Korthaar:
Kort, dicht, hard.
Geen ondervacht.
Draadhaar:
Ongeveer 2 cm, stevig, geen glans.
Ondervacht: dicht.

Kleur
Tarwegeel, lichtbruin.

Diskwalificerende fouten
Hoofd: a-typisch.
Neus: gevlekt.
Lippen: hangend.
Gebit: bovenvoorbijt, ondervoorbijt.
Ogen: geel.
Hubertusklauwen.
Draadhaar: dun haar, geen ond

Karakter

Schofthoogte
Reu 60 - 68 cm. Teef 55 - 63 cm.

Verschijning
Middelgrote hond.

Aard
Intelligent, trouw.

Hoofd
Snuit: tamelijk lang.
Neus: zwart. Leverkleurig bij lichtere vacht.

Ogen
Tamelijk groot.
Vorm: amandelvormig.
Kleur: geel - amberbruin, blauw. Soms tweekleurig van ogen.
Oogleden: zwart.

Oren
Groot. Rechtopstaande oren.

Mond
Gebit: schaargebit.
Lippen: zwart.

Hals
Gespierd.

Voorhand
Gespierd.

Lichaam
Borst: diep.
Rug: recht.
Lendenen: gespierd.

Achterhand
Lang, gespierd.

Voeten
Klein.

Beweging
Gemakkelijk.

Staart
Lang.

Kleur
Alle natuurlijke kleuren.

Vacht
Middelmatige lengte.

NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\