Over het ras
De West-Siberische Laika is een keeshond die voor de jacht wordt gebruikt en die is ontstaan door kruising van een vogelhond met een Ostjakhond. Het meest bekende van de zes Russische Laika-typen. Het ras kwam oorspronkelijk voor van het oostelijk deel van het Oeralgebergte tot het stroomgebied van de Ob. De oorspronkelijke rasbeschrijving stamt uit 1928, de huidige uit 1981. Behalve in zijn eigen omgeving is het verreweg de meest voorkomende keeshond die voor de jacht wordt gebruikt in het Europese deel van Rusland. Hij wordt gebruikt voor de jacht op pelsdieren, bosvogels en groot wild.
Wit, peper en zout, rood en grijs in alle tinten. Zwart is toegestaan, evenals een bonte vacht en een vacht met vlekken in dezelfde kleur.
Schofthoogte
Reu 54-60 cm. Teef 52-58 cm.
Verschijning
Middelgrote hond.
Hoofd
Niet groot.
Snuit: lang.
Ogen
Ovaal.
Kleur: donker.
Oren
Prikoren.
Aanzet: hoog.
Mond
Gebit: schaargebit.
Droge lippen.
Hals
Gespierd.
Voorhand
Lang. Gespierd.
Lichaam
Rug: gespierd, recht.
Lendenen: kort
Kruis: breed, gespierd.
Buik: iets opgetrokken.
Achterhand
Gespierd.
Voeten
Vorm: ovaal.
Tenen: gesloten.
Staart
Sterke krul; gedragen over rug .
Beweging
Korte draf, afgewisseld met galop.
Kleur
Wit, peper en zout, rood, grijs.
Vacht
Bovenvacht: hard, recht.
Ondervacht: dicht.
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\