Beschrijving
De White Swiss Shepherd Dog is in Canada en Amerika ontstaan uit witte Duitse Herders; omdat sinds 1933 er geen wit meer is toegestaan als kleur van de Duitse Herder. Vanuit Amerika en Canada is de White Swiss Shepherd Dog in de tachtiger jaren opnieuw geïntroduceerd in Europa. In Zwitserland werd dit ras in 1991 als eerste erkend. In 1997 werd er door Zwitserland een rasstandaard opgesteld. De FCI heeft in 2002 dit ras voorlopig erkend onder nummer 347, met als land van oorsprong Zwitserland. Dit ras is een uitgesproken gezins- en gebruikshond met eigenschappen van de Duitse Herder als waaks, opgewekt en snel lerend.
De White Swiss Shepherd Dog is krachtige, gespierd, middelgroot en heeft staande oren. Hij is rechthoekig van formaat, middelzwaar gebouwd en heeft een elegante, harmonische en vloeiende belijning.
De White Swiss Shepherd Dog is temperamentvol zonder nervositeit, opmerkzaam, waakzaam, evenwichtig en in eerste instantie voorzichtig ten opzichte van onbekende zaken. De dieren zijn vriendelijk naar bekenden, tegenover vreemden gereserveerd en hebben geen angst of agressie.
Over het ras
Herkomst
In Canada en Amerika ontstaan ras.
Voortgekomen uit witte Duitse Herders; sinds 1933 werd wit niet meer in dat ras geaccepteerd.
Vanuit de VS en Canada opnieuw geïntroduceerd in Europa.
Al snel werden deze witte honden redelijk populair. In 1991 door Zwitserland als eerste Europese land als ras erkend, daarna door Denemarken.
Sinds juni 1992 in Nederland geregistreerd (als Amerikaans-Canadese Witte Herder) en vanaf januari 1998 erkend.
De standaard werd in 1997 opgesteld door Zwitserland.
De FCI heeft het ras per 1 januari 2003 erkend onder de naam Berger Blanc Suisse, met als oorsprongsland Zwitserland.
In Nederland zal het ras de naam 'White Swiss Shepherd Dog' voeren.
Algemeen voorkomen
Krachtige, goed bespierde, middelgrote hond met een vloeiende belijning.
Schofthoogte reuen 60 - 66 cm, teven 55 - 61 cm
Gewicht reuen 30 - 40 kg, teven 25 - 35 kg
Vacht Middellang, dicht, goed aanliggend stokhaar of langstokhaar met rijke wollige ondervacht, op het hoofd en aan de voorzijde van de benen korter haar; wit.
Gebruik Familie- en gebruikshond
Aard Temperamentvol zonder nervositeit, opmerkzaam en waakzaam, in eerste instantie voorzichtig ten opzichte van onbekende zaken. Vriendelijk naar bekenden, tegenover vreemden gereserveerd, zonder angst of agressie.
Bijzonderheden Regelmatig kammen en borstelen, tijdens de rui is een ´herderhark´ handig.
Berger Blanc Suisse
Kenmerken
Schofthoogte
Reuen: 60 - 66 cm Teef: 55 - 61 cm.
Gewicht
Reu 30 - 40 kg. Teef 25 - 35 kg.
Verschijning
Goed gespierde middelgrote hond.
Aard:
Opmerkzaam en waakzaam.
Hoofd
Wigvormig
Stop: duidelijk zichtbaar.
Neus: middelgroot, zwart.
Snuit: middellang.
Neusrug: recht.
Ogen
Middelgroot, amandelvormig.
Kleur: donkerbruin - zwart.
Oogranden: zwart.
Oren
Aanzet: hoog.
Vorm: driehoek.
Mond
Lippen: goed gesloten, zwart.
Gebit: schaargebit.
Hals
Middellang, goed gespierd
Voorhand
Gespierd.
Borst: diep.
Schouder: lang, gespierd.
Lichaam
Krachtig, goed bespierd.
Borstkas: ovaal.
Rug: horizontaal, vast.
Lendenen: sterk bespierd.
Croupe: lang.
Flanken: slank.
Achterhand
Krachtig.
Dijbeen: gespierd.
Wolfsklauwtjes: moeten verwijderd worden.
Voeten
Ovaal, achter iets langer dan voor.
Tenen: gesloten.
Zwarte voetzolen.
Donkere nagels.
Beweging
Soepele, gelijkmatig, vlot.
Staart
Aanzet: diep.
Kleur
Wit.
Vacht
Middellang, dicht.
Ondervacht: wollig
Snuit, gezicht, oren: korter behaard, nek langer behaard.
Licht golvend haar is toegestaan.
Lichte fouten
Lichte wildkleur aan oorpunten, rug of bovenzijde van de staart.
Zware fouten
Vierkante bouw.
Ontbrekende geslachtskenmerken.
Ontbreken gebitselementen.
Hangoren, tiporen, knikoren.
Ringstaart, knikstaart.
Zijdeachtig dekhaar, wollig, gekruld.
Diskwalificerende fouten
Angst, agressiviteit.
Eén of beide ogen blauw.
Entropion, extropion.
Ondervoorbeet, bovenvoorbeet.
Albinisme
NB
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.\