FCI Standaard nr. 186
11 augustus 2000
Affenpinscher
Land van oorsprong: Duitsland
Datum van publicatie van de geldige originele standaard: 06-03-2007.
Vertaling: Ine Hartgers-Wagener november 2000
Gebruik: Huis- en Gezelschapshond
Classificatie FCI: Groep 2: Pinschers en Schnauzers -Molossers - Zwitserse Sennenhonden en andere rassen
Sektie 1 Pinschers en Schnauzers zonder werkproef.
Kort historisch overzicht: Oorspronkelijk gebruikt als huishond in Zuid-Duitsland. Zijn voorouders zijn al door Albrecht Dürer (1471-1528) afgebeeld op zijn houtsneden. De eerste officiële inschrijvingen van Affenpinschers gaan terug tot het jaar 1879. Deze rond de eeuwwisseling zeer geliefde honden ontwikkelden zich uit de ruwharige Pinschers. De harde haarkrans rond het hoofd onderstreept de aapachtige uitdrukking.
De kleur liep van eenkleurig geel, roodachtig of grijsachtig tot donkergrijs, grauwzwart tot zwart.
Algemeen totaalbeeld: De Affenpinscher is ruwharig, klein en kompact met een aapachtige
gezichtsuitdrukking.
Belangrijke verhoudingen: In verhouding van lengte en hoogte moet de lichaamsbouw zo
kwadratisch mogelijk lijken.
Gedrag en karakter (aard): Onverschrokken, waakzaam, hardnekkig en aanhankelijk vaak met hartstochtelijk temperament. Hij is een aangename familie- en gezelschapshond.
Hoofd:
Bovenschedel:
Schedel: Meer rond dan gestrekt, totaal niet te zwaar, hooggewelfd met duidelijke voorhoofd
Stop: duidelijk aanwezig
Gezichtsdeel:
Neus: De neusspiegel: is rond vol en zwart
Voorsnuit: De neusrug is recht (niet naar boven gebogen) en kort.
Lippen: Zwart, vast tegen de kaken liggend.
Kiezen / tanden: Volledig (42 tanden), zuiver wit. De onderkaak steekt voor de bovenkaak uit en is
iets naar boven gebogen, De snijtanden van het gezonde gebit zijn zo regelmatig mogelijk in een licht
gebogen lijn geplaatst. De hoektanden en de snijtanden mogen bij een gesloten snuit niet zichtbaar
zijn. Ook mag een Affenpinscher bij gesloten mond de tong niet laten zien. Het ontbreken van twee
PM1, PM2 of PM3 of twee van deze PM in combinatie wordt getolereerd.
Ogen: Donker, rond en vol met aansluitende zwart gepigmenteerde oogleden, omringd met een harde
haarkrans.
Oren: Hoog aangezet, gelijkmatig naar voren gedragen V-vormig, de binnenkanten tegen de
kopliggend. Staande oren klein, gelijkmatig en kaarsrecht gedragen.
Hals: Recht, sterk, enigszins kort met sterke aanzet. De keelhuid is strak en sluit rimpelloos aan.
Lichaam: Krachtig, kwadratisch, compact.
Bovenlijn: vanuit de schoft naar achteren iets aflopend in een vrijwel rechte lijn.
Schoft: Vormt het hoogste punt van de bovenlijn.
Rug: krachtig, kort en strak.
Lendenpartij: Kort en krachtig. De afstand van de laatste ribbenboog tot de heup is kort waardoor de
hond compact lijkt.
Croupe: In een lichte ronding verlopend, ongemerkt overgaand in de staartaanzet.
Borst: Aan de zijkant slechts weinig afgevlakt. Matig breed, tot de ellebogen reikend.
Onderlijn en buik: Matig opgetrokken, buik- en bovenlijn (van schouderpunt ot staartaanzet) verlopen
ongeveer parallel.
Staart: In de natuurlijke staat, een sabel of sikkel vormige staartdracht is gewenst.
Ledematen:
Voorhand:
Algemeen: De voorbenen zijn sterk, recht en niet te dicht bij elkaar geplaatst.
Schouders: Goed gespierd, het schouderblad is lang, schuin (ca 45º ) en vlak aanliggend.