Herkomst
Ontstaan door kruisingen van locale Terriërs met waarschijnlijk de Dandie Dinmont en de West Highland White Terriër.
Dankt zijn naam aan het landgoed Sealy Ham in Pembrokeshire (Wales), waar het ras rond 1850 voorkwam.
Gefokt als werkhond voor de jacht op schadelijk kleinwild.
Verscheen in 1903 op een tentoonstelling en werd in 1910 erkend.
Algemeen voorkomen
Kortbenig en veel substantie in klein bestek.
Het silhouet is langwerpig.
De hals is dik, gespierd en tamelijk lang.
Stevig beenwerk en perfect in balans.
Maakt een evenwichtige en bedrijvige indruk.
Schofthoogte niet boven de 31 cm
Gewicht reuen ongeveer 9 kg, teven ongeveer 8,2 kg.
Vacht Lange, harde en draadachtige bovenvacht met een weerbestendige ondervacht.
De kleur is geheel wit of wit met citroengele, bruine, blauwe of daskleurige aftekeningen op hoofd en oren.
Veel zwart en donkere haarpunten zijn ongewenst.
Gebruik Oorspronkelijk gefokt met als vereisten werklust, vechtlust, kracht en uithoudingsvermogen.
Nu een sportieve, vriendelijke hond, die eigenzinnig en ondernemend kan zijn en een vaste hand van opvoeden nodig heeft.
Gezondheid Geen ernstige rasgebonden afwijkingen bekend.
Aard Oplettend, onbevreesd, schrander.
Trouw en vriendelijk, zeker voor kinderen.
Bijzonderheden Moet minimaal tweemaal per jaar worden getrimd.
Het tentoonstellingstoilet vraagt meer onderhoud en vakkennis.