Herkomst
Hondjes uit boeddhistische tempels (kleine 'leeuwen' uitbeeldend, begeleiders van Boeddha), die zeer geliefd waren aan het Chinese hof, waar het fokken op schoonheid op hoog niveau werd beoefend.
Daar kreeg het ras de bijnaam 'hond met chrysantengezicht'.
Algemeen voorkomen
Kleine, ook aan het hoofd overvloedig behaarde hond, langer dan hoog. Uit zijn houding spreekt voornaamheid en arrogantie, uit de ogen warmte en vriendelijkheid.
Vloeiend gangwerk met krachtige achterhandbeweging, waarbij de voetzool geheel te zien is.
Schofthoogte reuen maximaal 26,5 cm, teven iets kleiner
Gewicht 4,5-8 kg
Vacht Lange, dichte, niet gekrulde (eventueel licht gegolfde) bovenvacht en stevige ondervacht.
Alle kleuren zijn toegestaan.
Bij de bonte is een witte bles en een witte staartpunt zeer gewenst.
Gebruik gezelschapshond
Gezondheid Zie de WKHS gezondheisinventarisatie.
De ronde ogen vragen aandacht en zoals bij veel kleine rassen kan ook in dit ras incidenteel patella luxatie voorkomen.
Aard Vriendelijk, mensen zeer toegenegen, onafhankelijk, actief en waakzaam.
Bijzonderheden De vacht vraagt veel verzorging, zeker als de hond een leuk, sportief leven kan leiden.
De haren op het hoofd worden meestal opgebonden, opdat de hond vrij zicht heeft.