Herkomst
Kwam vanaf het midden van de 19e eeuw tot aan begin van de 20e eeuw tamelijk veel bij jagers voor in Slowakije.
Een oud ras dat echter na de Eerste Wereldoorlog bijna uitgestorven was.
In de jaren dertig is het door fokkers gereconstrueerd met behulp van andere kortharige staande honden, zoals de Duitse Staande Korthaar en de Weimaraner.
Buiten het land van herkomst komt hij weinig voor.
Algemeen voorkomen
Middelgrote, bijna rechthoekige Staande Hond met een ruwe vacht. Barnsteenkleurige, amandelvormige ogen.
De hond moet goed bespierd en een krachtige indruk maken.
Schofthoogte reuen 62-68 cm, teven 57-64 cm
Gewicht ongeveer 25-35 kg
Vacht Hard en draadharig, circa 4 cm lang dekhaar met ondervacht.
De ondervacht moet fijn en dicht zijn, dekhaar grof en ruw.
Kortere vacht op het hoofd.
Kort haar op de benen.
Borstelige wenkbrauwen.
De kleur is zilvergrijs, al dan niet met donkere aftekeningen of donkere haarpunten/schimmel.
Gebruik Staande jachthond die gespecialiseerd is in het werk na het schot, vooral het apporteren, spoorzoeken en opsporen van aangeschoten wild.
De hond staat bekend als een excellente speurhond en apporteur.
Gezondheid Er zijn geen rasgebonden gezondheidsproblemen bekend.
Aard Oplettende hond, die makkelijk te trainen is.
Doordat hij uitsluitend voor de jacht gefokt wordt, zal hij minder geschikt zijn om als huishond te worden gehouden.
Bijzonderheden De harde vacht moet regelmatig worden geborsteld en een- tot viermaal per jaar worden getrimd, afhankelijk van de hardheid van het haar.